Duitse rechter oordeelt dat met AI gegenereerde logo’s niet auteursrechtelijk beschermd zijn; de vraag is belangrijker dan het antwoord?

 In auteursrecht

In een uitspraak van 16 februari 2026 (AG München, Endurteil v. 13.02.2026 – 142 C 9786/25), heeft het Amtsgericht München een vonnis gewezen in een zaak die ging over de vraag of 3 met behulp van AI gemaakte logo’s auteursrechtelijk beschermd zijn. Nee, oordeelde de rechter: er is in dit geval eerder sprake van het uitoefenen van een ambacht dan van menselijke creativiteit. Omdat het hier gaat om toepassing van geharmoniseerd Europees recht dat ook in Nederland geldt, is deze uitspraak vooralsnog (zolang dit vonnis niet in hoger beroep wordt vernietigd) ook voor de Nederlandse rechtspraktijk van belang.

Nog even op een rijtje aan welke eisen een werk moet voldoen om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen: het werk moet waarneembaar zijn; het moet een eigen oorspronkelijk karakter hebben (het mag dus niet ontleend zijn aan het werk van een ander); het moet een persoonlijk stempel van de maker dragen (het moet gaan om scheppende menselijke arbeid) en er dienen creatieve keuzes gemaakt te zijn. Het oorspronkelijke karakter en het persoonlijk stempel mogen niet alleen maar bestaan uit hetgeen nodig is voor een technisch effect.

Het Amtsgericht kwam in deze zaak tot een drietal belangrijke principiële overwegingen:

  1. Of werken die door AI zijn gegenereerd een auteursrechtelijk beschermd werk zijn, hangt af van de mate waarin, ondanks het door software gestuurde proces, nog steeds menselijke creatieve invloed wordt uitgeoefend;
  2. Auteursrechtelijke bescherming is derhalve denkbaar als gevolg van menselijke interventie in AI-resultaten, die ook later of achtereenvolgens tijdens het promptingproces kan plaatsvinden en die ertoe leidt dat de persoonlijkheid van de prompter in de output wordt weerspiegeld;
  3. De menselijke invloed moet de resulterende output echter op een voldoende objectieve en ondubbelzinnig identificeerbare manier vormgeven. Dit is pas het geval wanneer de creatieve elementen die in het promptingproces zijn verwerkt de output zodanig domineren dat het object als geheel kan worden beschouwd als de eigen originele creatie van de auteur.

De rechter sluit dus niet uit dat met behulp van AI tot stand gekomen werken, auteursrechtelijk beschermd zijn, maar dan moet het eigen persoonlijk stempel van de maker voldoende objectief en ondubbelzinnig identificeerbaar vast te stellen zijn. Dat kan vastgesteld worden aan de hand van de prompts.

In deze zaak oordeelde de rechter dat de prompts (waarvan de citaten in de processtukken zijn opgenomen), vooral algemene, open instructies waren, zoals: “Nice! Can you make the whiteskin hand more feminin?” en: “Make the hands a bit more filigree” en: “add a more realistic touch to the hands, adding details”. Of het waren prompts die meer te maken hadden met het herstellen van fouten in de output zoals: “those finger must be white skinned, please” en “The last image seems to be broken. Recreate it please”.

De logo’s waar het in deze zaak om ging, komen volgens de rechter daarom niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking.
De rechter vraagt zich langs de sleutel van de prompts af of er hier door de mens die de prompts heeft gemaakt, persoonlijke, creatieve keuzes zijn gemaakt. Wanneer ook de prompts (deels) geautomatiseerd worden, ligt auteursrechtelijke bescherming nog veel verder weg.

Lesson learned: wanneer een bedrijf het belangrijk vindt dat er auteursrecht op een werk ontstaat zoals software, een logo, een brochure, een reclameboodschap, waarbij AI gebruikt wordt, zie er dan op toe dat de ontwerpers en makers aantoonbaar, objectiveerbaar, ondubbelzinnig verifieerbaar, nog “hun eigen stempel” op het eindresultaat drukken! Dat kan bijvoorbeeld tot uitdrukking komen in zeer gedetailleerde prompts, maar ook in wijziging van de AI gegenereerde output. Voor wat betreft logo’s is het verstandig merkbescherming te vragen en niet “terug” te vallen op (alleen) het auteursrecht

Hanneke Slager

Recent Posts
  • 2 juni 2026

    We noemen het HaaS, want dan is het geen HuuR. Of toch wel..?

    Hanneke Slager
    Hardware als dienst HaaS (hardware as a service) en varianten daarop, zoals DaaS (device as a service), zijn populaire vormen van het beschikbaar stellen van hardware. Van zware servers tot laptops, tablets, smart phones, netwerkapparatuur en PC’s en alle andere IT “spullenboel” daartussenin (ik noem dat hierna gemakshalve allemaal “hardware”). Met “as a service” wordt
    Read More
  • 28 april 2026

    Nieuwsbrief april 2026

    Hanneke Slager
    Woord vooraf  De laatste tijd zien we veel nieuwe ontwikkelingen die impact hebben op de IT-sector. Er is in korte tijd veel nieuwe wetgeving gekomen en we zien een toenemende dreiging van cyberaanvallen, waarbij hackers steeds geraffineerder te werk gaan en maximaal gebruik maken van de mens als ‘zwakste schakel’. Als gevolg hiervan hebben we
    Read More
  • 14 april 2026

    De zorgplicht van de IT-leverancier onder de loep: het vervolg bij de Hoge Raad

    Joar Spangenberg
    Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de zaak GAC/Verano c.s. De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten van GAC, waarmee het oordeel van het Hof ’s-Hertogenbosch definitief in stand blijft. Een relevante uitspraak voor de IT-praktijk. Wat was de kern van de zaak? Het geschil draaide om de implementatie van een
    Read More

Leave a Comment

Top