IT-leverancier moet blijven ondersteunen, ook zonder contract

 In IT-recht

Op 27 juni jl. deed de voorzieningenrechter een interessante uitspraak over de zorgplicht van een IT-leverancier. Terwijl velen al met vakantie waren, boog de voorzieningenrechter zich over de vraag of Broadcom onrechtmatig handelde jegens Rijkswaterstaat, onder meer door geen ondersteuning te bieden bij het exit-traject dat nodig was na de beëindiging van de bestaande supportovereenkomst.

Waar ging het over?

Rijkswaterstaat (RWS) gebruikt al jarenlang VMware-software en had daarvoor miljoenen aan eeuwigdurende licenties en bijbehorende support aangeschaft. Na de overname van VMware door Broadcom in 2023 kondigde Broadcom een overstap aan naar een nieuw software-abonnementsmodel met aanzienlijk hogere kosten. Omdat de VMware-producten essentieel zijn voor het functioneren van de door RWS beheerde vitale infrastructuur, kon overstap naar een ander softwareplatform niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. Beide partijen waren het erover eens dat een volledige migratie een traject van twee tot drie jaar zou vergen. Deze afhankelijkheid maakte dat RWS in de tussentijd was aangewezen op voortzetting van support voor de bestaande software. RWS probeerde via resellers en in gesprekken met Broadcom tot verlenging van de support te komen, maar kreeg geen passend aanbod. Uiteindelijk werd de support tot drie keer toe kort verlengd. Omdat Broadcom weigerde verdere ondersteuning te bieden en bovendien geen toegang verleende tot de broncode die RWS in staat zou stellen zelf, dan wel via een derde partij, support te organiseren, startte RWS een kort geding.

In dit kort geding stond de vraag centraal of Broadcom verplicht is om RWS tijdelijk te blijven ondersteunen bij het gebruik van VMware-software, zonder dat RWS hoeft over te stappen op het nieuwe (en aanzienlijk duurdere) abonnementsmodel. De rechter beoordeelt daarbij onder meer of Broadcom de wijzigingen tijdig en transparant heeft aangekondigd, of RWS onder de gegeven omstandigheden een reëel alternatief is geboden en of RWS eerder had moeten anticiperen op de gewijzigde voorwaarden.

Wat zegt de rechter?

Over de aankondiging van de wijzigingen in het nieuwe abonnementsmodel door Broadcom oordeelde de rechter als volgt. Hoewel RWS niet vanzelfsprekend uit mocht gaan van verlenging van de support-overeenkomsten, mocht zij op basis van VMware’s gepubliceerde lifecycle policy wel verwachten dat er voor bepaalde (kern)producten tot oktober 2029 ondersteuning beschikbaar zou zijn. Pas in mei 2024 is RWS bekend geworden met het eerste (indicatieve) aanbod van Broadcom. Hierdoor kreeg RWS onvoldoende gelegenheid om afscheid te nemen van de VMware-producten en was zij, gelet op de afhankelijkheid van de VMware-producten, aangewezen op onderhandelingen met Broadcom.
Verder oordeelt de rechter dat de nieuwe abonnementskosten van Broadcom in het licht van de eeuwigdurende licenties, de lifecycle policy en de grote afhankelijkheid van RWS niet redelijk zijn en dient Broadcom RWS in staat te stellen om afscheid te nemen van VMware. Het argument dat Broadcom nu eenmaal haar portfolio heeft gewijzigd en dat sprake is van een mogelijke toekomstige waardecreatie voor afnemers, is in dit verband weinigzeggend en onvoldoende om in dit kort geding de indruk te wekken dat Broadcom met voldoende zorgvuldigheid omgaat met afnemers. Hierbij dient Broadcom ervoor te zorgen dat RWS voldoende support ontvangt om de VMware-producten voorlopig goed te kunnen blijven gebruiken. Door dat niet te doen, handelt Broadcom onzorgvuldig tegenover RWS.

Uiteindelijk oordeelt de rechter dat Broadcom RWS twee jaar (tot de zomer 2027) nog exit-ondersteuning dient te verlenen.

Impact voor de IT-leverancier en de afnemer

Eerder oordeelde de rechter al dat een aanzienlijke prijsverhoging onredelijk kan zijn, zeker wanneer de gevolgen van een opzegging organisaties raken die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van wettelijke taken. In deze zaak sprak de rechter zich niet expliciet uit over die wettelijke taken, maar bevestigde wel dat een IT-leverancier in bepaalde gevallen tijdelijk support moet blijven bieden, ook ná afloop van de overeenkomst. Dat geldt met name wanneer de afnemer sterk afhankelijk is van de software en overstappen op korte termijn niet realistisch is. Voor afnemers betekent dit dat zij zich kunnen beroepen op zorgvuldigheidseisen wanneer zij met soortgelijke wijzigingstrajecten van IT-leveranciers worden geconfronteerd.

Lees de volledige uitspraak hier.

Recent Posts
  • 2 juni 2026

    We noemen het HaaS, want dan is het geen HuuR. Of toch wel..?

    Hanneke Slager
    Hardware als dienst HaaS (hardware as a service) en varianten daarop, zoals DaaS (device as a service), zijn populaire vormen van het beschikbaar stellen van hardware. Van zware servers tot laptops, tablets, smart phones, netwerkapparatuur en PC’s en alle andere IT “spullenboel” daartussenin (ik noem dat hierna gemakshalve allemaal “hardware”). Met “as a service” wordt
    Read More
  • 28 april 2026

    Nieuwsbrief april 2026

    Hanneke Slager
    Woord vooraf  De laatste tijd zien we veel nieuwe ontwikkelingen die impact hebben op de IT-sector. Er is in korte tijd veel nieuwe wetgeving gekomen en we zien een toenemende dreiging van cyberaanvallen, waarbij hackers steeds geraffineerder te werk gaan en maximaal gebruik maken van de mens als ‘zwakste schakel’. Als gevolg hiervan hebben we
    Read More
  • 14 april 2026

    De zorgplicht van de IT-leverancier onder de loep: het vervolg bij de Hoge Raad

    Joar Spangenberg
    Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de zaak GAC/Verano c.s. De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten van GAC, waarmee het oordeel van het Hof ’s-Hertogenbosch definitief in stand blijft. Een relevante uitspraak voor de IT-praktijk. Wat was de kern van de zaak? Het geschil draaide om de implementatie van een
    Read More

Leave a Comment

Top