Levensloopregeling

 in Arbeidsrecht

Op 1 januari 2006 wordt de levensloop regeling ingevoerd. Met de levensloopregeling kunnen werknemers een deel van hun brutosalaris sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. De levensloopregeling kan worden gebruikt voor elke vorm van verlof, zoals (i) langdurend zorgverlof, (ii) sabbaticals, (iii) ouderschapsverlof, (iv) educatief verlof, (v) onbetaald verlof, of (v) verlof voorafgaand aan het pensioen. Van het brutoloon wordt een bedrag ingehouden, welk bedrag wordt gestort op een speciale spaarrekening van de werknemer. Het bedrag kan ook als premie voor een ‘levensloopverzekering’ van de werknemer worden overgemaakt. In overleg met de werkgever kunnen ook de door de werknemer gespaarde tijd, bijvoorbeeld bovenwettelijke vakantiedagen, overwerkuren of adv-dagen, om worden gezet in geld.

Een werknemer mag jaarlijks 12% van zijn brutoloon sparen, met een maximum van in totaal 210% van het brutoloon. Dit bedrag dient de werkgever op een geblokkeerde levenslooprekening van de werknemer te storten of als premie voor een levensloopverzekering van de werknemer over te maken. Over deze storting is geen loonheffing (loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet) verschuldigd, maar wel de gebruikelijke premies voor de werknemersverzekeringen. Als werknemers kiezen voor deelname aan de levensloopregeling, kunnen werkgevers dat niet weigeren. Het gaat hier om dwingend recht (opgenomen in hoofdstuk 7 van de Wet Arbeid en Zorg) waarvan niet kan worden afgeweken.

Werkgevers kunnen een financiële bijdrage leveren aan de levensloopregeling van hun werknemers, maar dit is niet verplicht. Voor de opname van het uiteindelijke (vervroegde) verlof heeft de werknemer wel toestemming nodig van de werkgever. De werknemer en de werkgever zullen hierover dan ook afspraken moeten maken om te voorkomen dat werknemers bijvoorbeeld verlof gaan opnemen in een periode waarin kan worden verwacht dat het zeer druk zal zijn binnen het betreffende bedrijf. De levensloopregeling is een individueel recht van de werknemer. Op grond hiervan kan dan ook niet worden verwacht door een werkgever van de werknemer dat in geval van bedrijfseconomische moeilijkheden het levenslooptegoed wordt aangewend om een periode van arbeidsduurverkorting te financieren.

Anti cumulatieregeling

De werknemer kan niet aan een spaarloonregeling én een levensloopregeling tegelijk deelnemen. Ook indien de werknemer twee werkgevers heeft dan kan de werknemer niet bij de ene werkgever meedoen aan de spaarloonregeling en bij de andere werkgever aan een levensloopregeling. De werknemer heeft wel ieder jaar een keuzemogelijkheid, waarbij de werknemer kan switchen tussen de levensloopregeling en de spaarloonregeling.

Recente berichten
  • 5 januari 2022

    Massa is kassa!

    Sil Kingma
    Dat is niet alleen de goudenregel voor de succesvolle exploitatie van Mark Gilles’ vakantieparken, maar ook voor de exploitatie van de Wet afwikkeling massaschade door investeringsfondsen. Eerst even kort terug in de tijd. Op 4 december 2019 zijn in het Staatsblad twee Koninklijke Besluiten gepubliceerd op het gebied van collectieve acties. Deze Besluiten bevestigen de
    Lees verder
  • 22 december 2021

    Interview in Advocatenblad 2021 | 10 ‘Teamspelers in de IT’

    Hanneke Slager
    Lees hier het gehele artikel dat recent is gepubliceerd in het Advocatenblad over ons IT-kantoor. Teamspelers in de IT, door Erik Jan Bolsius, Beeld Jean-Pierre Jans  
    Lees verder
  • 16 december 2021

    Het verbetertraject voor een HR-professional en de waarde van achteraf opgestelde verklaringen. 

    Marion Hagenaars
    Een verbetertraject is onder andere afhankelijk van het niveau en de kennis van de werknemer. Maar  wat betekent dit voor een (HR-)professional? En kan het ontbreken van een verbetertraject worden gerepareerd met achteraf opgestelde verklaringen?
    Lees verder

Plaats een reactie

Top