Auteursrecht en slaafse nabootsing op babyartikelen

 in IT-recht

Lodger B.V. tegen ID Plus N.V.

Onderhavig geschil betreft auteursrecht en slaafse nabootsing op babyartikelen.

Beide partijen zijn actief op de markt van babyartikelen, waaronder dekentjes van fleece-stof waarin baby’s kunnen worden gewikkeld. Deze wikkeldoeken worden door partijen ook met het Engels ‘wrapper’ aangeduid. Nadat de Voorzieningenrechter de vorderingen van Lodger afwijst, gaat laatstgenoemde in hoger beroep. Lodger vordert ID Plus met betrekking tot de door haar geproduceerde wrapper te gebieden om ieder inbreukmakend handelen jegens Lodger te staken en gestaakt te houden binnen de Benelux, met verdere daarvan afgeleide nevenvorderingen. Daarbij beroept Lodger zich op schending van haar auteursrecht. Tevens zou ID Plus onrechtmatig handelen door het slaafs nabootsen van de wrapper van Lodger.

Ten aanzien van het auteursrecht is het Hof van oordeel dat de uiterlijke kenmerken van een product die functioneel bepaald zijn/onmisbaar zijn voor het verkrijgen van een technisch effect, uitgesloten dienen te zijn bij de beoordeling of een product voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Hierdoor wordt een flink aantal door Lodger aangevoerde kenmerken buiten beschouwing gelaten. De overige kenmerken worden door het Hof wèl in de vergelijking meegewogen. Hieruit blijkt dat de verschillen tussen beide wrappers wezenlijk meer in het oog vallen dan de overeenkomsten tussen beide wrappers. Indien de wrappers van Lodger en ID Plus in een schap in een winkel liggen waarbij alleen de rand te zien is, lijken ze nog wel op elkaar, maar zodra ze uitgevouwen worden zijn de wezenlijke verschillen al bij de eerste beschouwing duidelijk zichtbaar. ID Plus maakt aldus geen inbreuk op het aan Lodger toekomende auteursrecht op haar wrapper.

De door Lodger aangevoerde slaafse nabootsing wordt eveneens verworpen. Gezien de overeenkomsten en verschillen tussen de wrapper van Lodger en die van ID Plus, waarbij de verschillen een prominent wezenlijk karakter hebben is er volgens het Hof geen sprake van slaafse nabootsing en evenmin van verwarringsgevaar bij het publiek omtrent de herkomst van de wrappers. Lodger heeft ook geen begin van bewijs geleverd dat sprake zou kunnen zijn van verwarringsgevaar. Daarmee heeft ook de door Lodger aangevoerde grondslag van het onrechtmatig handelen van ID Plus jegens Lodger door het slaafs nabootsen van de wrapper van Lodger geen succes.

Recent Posts
  • 26 april 2018

    Moet aanzeggen nu wél of niet schriftelijk?

    Marion Hagenaars
    Het lijkt zo eenvoudig: de werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Doet hij dit niet, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd. Waarom ontstaat er dan toch zo vaak discussie tussen werkgever en
    Lees verder
  • 19 maart 2018

    Wie bepaalt noodzaak en inhoud verbetertraject: werkgever of medewerker?

    Marion Hagenaars
    Voor de HR-professional een bekend verschijnsel: disfunctioneren. Met de aantrekkende arbeidsmarkt waardoor het vinden van geschikte kandidaten een uitdaging is, is de disfunctionerende medewerker voor de HR-professional een belangrijk agendapunt. Dit geldt zeker binnen de IT-branche. Maar wie bepaalt of een verbetertraject noodzakelijk is? En waar moet een goed verbetertraject aan voldoen?
    Lees verder
  • 13 maart 2018

    De HR professional en privacy – Deel VII: persoonsgegevens delen met derden

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Personeelsgegevens die u als werkgever verkregen heeft, mag u niet zomaar doorgeven aan personen of instanties buiten uw organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, het UWV, het pensioenfonds of uw advocaat. Verstrekken van personeelsgegevens aan derden Als werkgever verwerkt u persoonsgegevens en daarop is de AVG van toepassing. U bent dan verwerkingsverantwoordelijke en dat
    Lees verder

Plaats een reactie