Bestuurdersaansprakelijkheid: pandrecht en betalingsonwil

 in Ondernemingsrecht

De ING had gelden tegoed van Standard Groep Holland BV (SGH). SGH zou nog gelden krijgen van het WNF en beloofde de ING het van WNF te ontvangen bedrag direct te betalen aan de ING en verstrekte aan ING een pandrecht op deze vordering ter zekerheid.
WNF betaalde SGH maar SGH betaalde niet conform afspraak aan de ING maar aan andere debiteuren van WNF. WNF had aan de ING behoren te betalen, in verband met het aan de ING toekomende pandrecht. De ING wiste achter het net, zowel door het handelen van SGH als van WNF. De ING stelde daarop een vordering in jegens de bestuurder van SGH op grond van betalingsonwil. De bestuurder handelde onrechtmatig, zo meende de ING, door te bewerkstellingen dat SGH de met de ING gemaakte afspraak niet nakwam.

De bestuurder verweerde zich met twee stellingen: (i) het zou de bestuurder vrij staan te bepalen welke crediteur hij wel/niet namens de vennootschap zou voldoen en (ii) de ING zou geen schade hebben geleden doordat zij haar pandrecht jegens WNF kon uitoefenen en alsnog betaling van WNF kon afdwingen.

Ad (i) vrijheid debiteurenbeleid

Niet verrassend: geheel in lijn met eerdere arresten beaamt de Hoge Raad dat het de bestuurder in beginsel vrijstaat te bepalen welke schuldeisers van de vennootschap worden voldaan. In dit geval echter meent de Hoge Raad dat het niet-nakomen van de specifieke afspraak met de ING getuigt van betalingsonwil jegens de ING. De bestuurder valt hiervan een persoonlijk een ernstig verwijt te maken.

Ad (ii) geen schade ING wegens pandrecht

De Hoge Raad maakt korte metten met dit verweer: het pandrecht strekte ertoe extra zekerheid te verstrekken aan de ING maar dit laat onverlet het recht van de ING betaling te vorderen van de vennootschap en de bestuurder aan te spreken uit hoofde van onrechtmatige daad (betalingsonwil). De Hoge Raad laat in het midden in hoeverre het redelijk is dat de ING de bestuurder aanspreekt en in plaats van gebruik te maken van het pandrecht (op grond waarvan zij WNF tot betaling aan haar kon aanspraken, waarmee WNF het aan SGH verschuldigde bedrag 2x zou moeten betalen). De Hoge Raad lijkt voor een redelijkheidverweer geen ruimte te willen te geven omdat het de bestuurder is die bewerkstelligd heeft dat door de ING schade is geleden. De bestuurder zal op de blaren moeten zitten.

Recente berichten

Plaats een reactie

Top