Bizz Travel B.V. versus Airtrade Holding B.V./BCD Holdings N.V.

 in Ondernemingsrecht

Bizz Travel voert sinds 1988 de handelsnaam “Bizz Travel”, “Bizztravel wintersportreizen” en “Bizztravel vliegreizen naar de zon” voor het organiseren, verzorgen en verkopen van vakantiereizen. Sinds 1994 is zij tevens gerechtigde van het woordmerk BIZZ-TRAVEL en bezit de domeinnamen www.bizztravel.nl en www.bizztravel.com. Airtrade voert de handelsnaam “BIZZTRIP.COM” voor het bemiddelen in het verkopen van (zaken- en consumenten-) reizen. Airtrade bezit onder meer de domeinnaam www.bizztrip.nl en een aantal andere domeinnamen onder verschillende topleveldomeinnamen met daarin de naam bizztrip en biztrip doorgelinkt naar www.biztrip.com. Het woordmerk BIZZTRIP bleek niet vatbaar voor registratie wegens ontbreken onderscheidend vermogen. In 2006 heeft Airtrade daarom het beeldmerk BIZZTRIP laten registreren.

Maakt Airtrade inbreuk op de handelsnaam en merkenrechten van Bizz Travel?
Als eerste wordt de merkeninbreuk behandeld. Daarbij constateert de Voorzieningenrechter dat het merk Bizz Travel weinig onderscheidend vermogen kan worden toegekend. Het bestandsdeel Bizz is een gebruikelijke aanduiding voor business in de betekenis van zakelijk. Het bestandsdeel Travel is een aanduiding die veel voorkomt in de naamvoering van bedrijven in de reisbranche. Travel moet worden aangemerkt als beschrijvend voor het publiek waarop het merk zich voor waren en diensten richt. De beschermingsomvang van Bizz Travel is dus gering. Vervolgens toetst de rechter of er sprake is van overeenstemming tussen beide merken, elk in zijn geheel en in onderling verband beschouwd auditief, visueel en begripsmatig.

Volgens de Voorzieningenrechter zullen er tussen beide merken geen associaties worden gewekt. Met name niet omdat de merken worden gebruikt voor waren en diensten die weliswaar in algemene zin soortgelijk zijn te noemen, maar die voor wat betreft de corebusiness van partijen betrekking hebben op andersoortige diensten en gericht zijn tot een ander publiek. Dat BIZZ TRAVEL is ingeschreven voor dezelfde klasse-aanduiding in het Benelux Merkenregister als waarvoor Airtrade voor haar merk BIZZ TRIP depot had aangevraagd, is daarbij niet van belang, nu ingevolge artikel 2.20 lid 3 BVIE bij de beoordeling van de soortgelijkheid geen rekening hoeft te worden gehouden met die indeling in klassen. Tevens constateert de Voorzieningenrechter dat beide partijen op het internet zich op een geheel andere markt focussen. Bizz Travel richt zich op de leisure markt en Airtrade meer op de zakelijke markt. Aldus geen toepassing van art 2.20 lid 1 sub b BVIE.

Een beroep op artikel 2.20 lid 1 sub c BVIE wordt eveneens afgewezen. Uit de rapporten van naamsbekendheid, blijkt dat Bizz Travel een niet voldoende bekend merk is dat voor overeenkomstige bescherming in aanmerking komt. De marketinginspanningen van Bizz Travel maken dit niet anders. Als laatste strohalm doet Bizz Travel een beroep op artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE. Volgens de Voorzieningenrechter heeft Airtrade een geldige reden om Bizztrip/Biztrip te gebruiken nu Engelstalige aanduidingen in de reisbranche in Nederland zeer gebruikelijk zijn en een herkenbare vertaling van het woord zakenreis een exacte omschrijving geeft van hetgeen wordt aangeboden.

Volgens de Voorzieningrechter is Airtrade niet schuldig aan eventuele verwarring omtrent ondernemingen. Een eventuele verwarring van ondernemingen doordat beide partijen het woord bizz hierin hebben opgenomen zou Airtrade nimmer kunnen worden verweten. De oorsprong van de verwarring schuilt nl. in de keuze van Bizz Travel in het gebruik van een woord dat door taalontwikkelingen is verworden tot een gebruikelijke naam. Bizz Travel kan niet met een beroep op artikel 5 Handelsnaamwet anderen het gebruik van de aanduiding bizz in combinatie met een aanduiding voor reizen verbieden en op die manier de aanduiding monopoliseren.

Recent Posts
  • 26 april 2018

    Moet aanzeggen nu wél of niet schriftelijk?

    Marion Hagenaars
    Het lijkt zo eenvoudig: de werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Doet hij dit niet, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd. Waarom ontstaat er dan toch zo vaak discussie tussen werkgever en
    Lees verder
  • 19 maart 2018

    Wie bepaalt noodzaak en inhoud verbetertraject: werkgever of medewerker?

    Marion Hagenaars
    Voor de HR-professional een bekend verschijnsel: disfunctioneren. Met de aantrekkende arbeidsmarkt waardoor het vinden van geschikte kandidaten een uitdaging is, is de disfunctionerende medewerker voor de HR-professional een belangrijk agendapunt. Dit geldt zeker binnen de IT-branche. Maar wie bepaalt of een verbetertraject noodzakelijk is? En waar moet een goed verbetertraject aan voldoen?
    Lees verder
  • 13 maart 2018

    De HR professional en privacy – Deel VII: persoonsgegevens delen met derden

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Personeelsgegevens die u als werkgever verkregen heeft, mag u niet zomaar doorgeven aan personen of instanties buiten uw organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, het UWV, het pensioenfonds of uw advocaat. Verstrekken van personeelsgegevens aan derden Als werkgever verwerkt u persoonsgegevens en daarop is de AVG van toepassing. U bent dan verwerkingsverantwoordelijke en dat
    Lees verder

Plaats een reactie