Boco Chemie – CWS boco

 in Ondernemingsrecht

Vordering tot staking van de handelsnaam waarin het woord “boco” voorkomt wordt toegewezen door de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch.

Casus

Boco Chemie drijft een onderneming op het gebied van het fabriceren en leveren van professionele reinigings- en onderhoudsmiddelen, schoonmaaksystemen, bedrijfskleding, machines en materialen voor professioneel onderhoud en sanitaire voorzieningen in Nederland. De handelsnaam “Boco Chemie B.V.” wordt al lang, in ieder geval sinds 1955, gevoerd. Op 22 januari 2002 heeft Boco Chemie een gestileerde versie van “Boco b.v. Producent van reiniging- en onderhoudsmiddelen” als beeldmerk doen inschrijven.

CWS-boco was voorheen (tot de introductie van de handelsnaam “CWS-boco Nederland B.V.”) genaamd: “CWS Nederland B.V.” (hierna: CWS oud). CWS oud leverde producten en diensten op het gebied van bedrijfshygiëne in het algemeen en meer in het bijzonder op het gebied van sanitaire hygiëne alsmede schoonloopmatten. Voor deze producten en diensten heeft zij het merk CWS ingeschreven. CWS Duitsland is rechthebbende op het merk Boco, welk merk op 7 april 1988 is ingeschreven voor de Benelux voor bedrijfskleding. Zij heeft CWS oud toestemming verleend haar merk Boco te gebruiken in de Benelux.

In het vakblad “Service Management” nummer 10 van oktober 2002 kondigt CWS oud aan dat zij de verhuur van bedrijfskleding wil gaan uitoefenen onder de naam “Boco”. Volgens CWS oud kan dat “problemen opleveren, omdat die bedrijfsnaam al bestaat.”

Bij brieven van 8 oktober 2002 en 28 november 2002 heeft Boco Chemie, CWS oud doen weten dat zij bezwaar heeft tegen het aangekondigde gebruik van de naam “Boco” op de Nederlandse markt. Bovenaan het door Boco Chemie voor deze brieven gebruikte briefpapier staat het beeldmerk “Boco b.v., Producent van reiniging- en onderhoudsmiddelen” gedrukt. In mei 2008 heeft CWS oud de handelsnaam “CWS-boco Nederland B.V.” geïntroduceerd.

Boco Chemie vordert ondermeer bij de rechtbank te ’s-Hertogenbosch voor recht te verklaren dat CWS-boco in strijd heeft gehandeld en handelt met de (handelsnaam)rechten van Boco Chemie en dat CWS-boco elk gebruik van de handelsnaam CWS-boco en/of enige andere handelsnaam waarin het woord “boco” voorkomt op de Nederlandse markt staakt.

Juridisch kader

Ingevolge artikel 5 Hnw is het verboden een handelsnaam te voeren, die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Van gevaar voor verwarring in de zin van artikel 5 Hnw is niet alleen sprake indien men bij de ene onderneming bestelt, terwijl men bij de andere onderneming had willen bestellen (directe verwarring), maar ook indien men de verschillen tussen beide ondernemingen onderkent, maar een band van economische of juridische aard veronderstelt (indirecte verwarring).

Beoordeling door de rechtbank te ’s-Hertogenbosch

De rechtbank dient eerst te onderzoeken of het gebruik door CWS-boco van de aanduiding “CWS-boco” moet worden gezien als het voeren van een handelsnaam dan wel als louter gebruik van haar merken. Voor beantwoording van de vraag of een bepaalde aanduiding moet worden gezien als “het voeren van een handelsnaam” is bepalend onder welke naam de onderneming feitelijk wordt gedreven, niet de handelsregisterinschrijving. Gelet op het feit dat CWS-boco de domeinnaam www.cws-boco.nl gebruikt, dat op alle busjes van CWS-boco de combinatie “CWS” en “boco” voorkomt, zonder de toevoeging “Nederland B.V.” en dat CWS-boco in publicaties veelal de combinatie van “CWS” en “boco” gebruikt, zonder de toevoeging “Nederland B.V.”, moet het gebruik van de aanduiding “CWS-boco” worden beschouwd als het voeren van een (mede)handelsnaam en niet als louter gebruik van de merken van CWS-boco.

Naar het oordeel van de rechtbank moet ook het gebruik van de aanduidingen “Boco” en “Boco B.V.” door Boco Chemie worden gezien als het voeren van (mede)handelsnamen. Boco Chemie gebruikt immers de domeinnaam www.boco.nl. en op haar website duidt zij zichzelf aan als “Boco b.v.”. Voorts staat op haar briefpapier “Boco b.v.”. Het publiek dat de domeinnaam en/of de aanduiding “Boco b.v.” waarneemt zal niet altijd op de hoogte zijn van het feit dat “Boco b.v.” het merk is van Boco Chemie en daarom de aanduiding “Boco” of “Boco b.v.” beschouwen als handelsnaam. Niet in geschil is dat Boco Chemie de aanduidingen “Boco” en “Boco b.v.” (dus haar (mede)handelsnamen) rechtmatig gebruikte vóórdat CWS oud in 2008 de handelsnaam “CWS-boco Nederland B.V.” in Nederland heeft geïntroduceerd.

De bescherming is groter naarmate het onderscheidend vermogen van de handelsnaam groter is. Gelet op het feit dat het element “Boco” in de handelsnaam en de medehandelsnamen van Boco Chemie geen betekenis (in de zin dat het naar iets verwijst) heeft, heeft dit element naar het oordeel van de rechtbank een groot onderscheidend vermogen. De rechtbank acht niet relevant dat de schrijfwijze van het element “boco” in de handelsnaam van CWS-boco anders is dan die van Boco Chemie. De rechtbank acht evenmin relevant dat enkele andere bedrijven zich bedienen van de naam Boco of het element Boco als onderdeel van de handelsnaam.

De rechtbank overweegt dat voor een beroep op artikel 5 Hnw het bestaan van gevaar voor verwarring volstaat. Anders dan in het merkenrecht, waar het bestaan van verwarringsgevaar moet worden bewezen (behoudens in het geval dat het merk gelijk is aan het teken en de waren en diensten dezelfde zijn), behoeft degene die zich op bescherming van zijn handelsnaam beroept niet te bewijzen dat zich daadwerkelijk verwarring heeft voorgedaan. Beide ondernemingen richten zich op bedrijfshygiëne, waaronder sanitaire hygiëne, en zij vergelijkbare producten leveren, liggen de bedrijfsactiviteiten zozeer in elkaars verlengde, dat door het gebruik van het element “boco” de indruk kan ontstaan dat tussen beide bedrijven een band van economische of juridische aard bestaat. Daarbij is uiteraard ook van belang welk publiek relevant is voor de beoordeling van het gevaar van verwarring. De rechtbank acht de kans op verwarringsgevaar aanwezig. Dit geldt in de onderhavige zaak eens te meer nu het bestanddeel “boco” in beide handelsnamen identiek is en partijen deels dezelfde waren leveren.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat er een reëel gevaar voor verwarring bestaat, in die zin dat door het publiek ten onrechte een economische of juridische band tussen Boco Chemie en CWS-boco wordt verondersteld, zodat Boco Chemie terecht de bescherming van haar handelsnaam en medehandelsnamen inroept. De gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen, evenals het gebod elk gebruik van de handelsnaam CWS-boco en/of enige handelsnaam waarin het woord “boco” voorkomt te staken.

Recent Posts
  • 20 juni 2017

    Einde oefening voor werknemer na liegen over klantbezoek en het uiten van dreigementen

    Marion Hagenaars
    Een ontslag op staande voet is vaak wikken en wegen. Zijn de gedragingen ernstig genoeg? Kunnen de gedragingen worden bewezen? Zijn er (privé) omstandigheden die de gedragingen rechtvaardigen? Gaat het niet te ver om de werknemer loon en uitkering te ontnemen? Maar soms maakt een werknemer het zo bont dat een ontslag op staande onvermijdelijk
    Lees verder
  • 13 juni 2017

    Zelfstandig werken onder eigen voorman, toch StiPP

    Marion Hagenaars
    Voor uitleners blijft het spannend. Nederland kent dan wel geen algemene pensioenverplichting, maar via het verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten kan deze verplichting toch bestaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Ongevraagd met terugwerkende kracht aangesloten worden, over jaren premies afdragen met soms faillissement tot gevolg, dubbele pensioenvoorzieningen met alle fiscale gevolgen van dien. Het is dan
    Lees verder
  • 8 juni 2017

    Thuiswerkdag recht of gunst?

    Marion Hagenaars
    De meeste werkgevers hebben er wel begrip voor: thuiswerken om efficiënter te kunnen werken, reistijd te beperken of werk en zorg beter te kunnen combineren. Maar soms slaat de twijfel toe. Worden de overeengekomen arbeidsuren wel gemaakt? En werkt thuiswerken disfunctioneren niet in de hand? En kan bij deze twijfel de thuiswerkdag zomaar weer worden
    Lees verder

Plaats een reactie