Finale kwijting omvat ook concurrentiebeding, tenzij door partijen anders overeengekomen

 in Arbeidsrecht

Indien de vaststellingsovereenkomst niets bepaalt over het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding en/of concurrentie- en relatiebeding en partijen finale kwijting zijn overeengekomen, verliezen het geheimhoudingsbeding en/of concurrentie- en relatiebeding hun werking, aldus de rechtbank Leeuwarden. De rechtbank Leeuwarden heeft zich recentelijk moeten buigen over de gelding van een concurrentie- en relatiebeding en een geheimhoudingsbeding na de beëindiging met wederzijds goedvinden van een arbeidsovereenkomst. De onderliggende feiten waren als volgt. Werknemer is medio 2007 in dienst  getreden bij A als senior Software Architect. In de arbeidsovereenkomst zijn een geheimhoudingsbeding en een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. A richt een maand later B op, waarvan zij enig aandeelhouder is. Begin 2008 wordt de arbeidsovereenkomst tussen A en werknemer overgenomen door B, met behoud van anciënniteit en arbeidsvoorwaarden. De bijzondere bedingen zijn daarbij opnieuw overeengekomen. Werknemer is bij B nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van een nieuw softwaresysteem voor het behandelen van schadeclaims van vliegtuigpassagiers. Een booming business naar aanleiding van de Sturgeon-uitspraak van het Europese Hof van november 2009. Eind 2009 bereidde werknemer in samenwerking met een andere partner de oprichting van een nieuw bedrijf voor, gebruikmakend van informatie die gedurende het dienstverband tot zijn kennis is gekomen. Het op te richten bedrijf zou nadrukkelijk een concurrent van B worden. Op 28 december 2009 heeft werknemer zijn baan opgezegd. Over de financiële afwikkeling van het dienstverband zijn partijen een vaststellingsovereenkomst overeengekomen waarbij door partijen finale kwijting over en weer werd verleend. In de vaststellingsovereenkomst is niets geregeld ten aanzien van het geheimhoudingsbeding en het concurrentie- en relatiebeding. En hiermee is B evident in de fout gegaan. In maart 2010 is het bedrijf van werknemer opgericht en in augustus 2010 heeft zijn bedrijf een enorme opdracht binnengehaald van ARAG, een voormalige relatie van B. B komt hierachter en stelt zich vervolgens op het standpunt dat werknemer wanprestatie heeft gepleegd. Hij zou het geheimhoudingsbeding en concurrentie- en relatiebeding hebben geschonden door tijdens en na zijn dienstverband gebruik te maken van vertrouwelijke documenten en informatie van B voor de oprichting van een nieuw bedrijf met als doel te concurreren met B. Daarnaast zou werknemer inbreuk hebben gepleegd op de auteursrechten op de software van B. Werknemer beroept zich met betrekking tot de gelding van de bijzondere bedingen op de overeengekomen finale kwijting. De rechtbank overweegt in lijn met eerdere rechtspraak dat het bij de uitleg van een vaststellingsovereenkomst aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Dit wordt ook wel de Haviltex-uitleg genoemd. De rechtbank is van mening dat de finale kwijting ziet op de gehele arbeidsovereenkomst en niet alleen op de financiële rechten en plichten zoals B heeft bepleit. Van belang werd geacht dat B op de hoogte was van het feit dat werknemer zich met zijn bedrijf zou bezig houden met schadeclaims. Bovendien werd B bij het opstellen van de vaststellingsovereenkomst bijgestaan door een advocaat en werknemer niet. Er was niet onderhandeld over de vaststellingsovereenkomst en werknemer kreeg op basis van de vaststellingsovereenkomst minder dan waarop hij recht had. Het zou volgens de rechtbank niet voor de hand zou liggen wanneer daar niets tegenover zou staan. Om die reden kan B geen beroep doen op de overeengekomen bijzondere bedingen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van onrechtmatige concurrentie, omdat niet aan het vereiste van stelselmatige en substantiële afbreuk van het bedrijfsdebiet van B was voldaan. Tot slot was de rechtbank van oordeel dat werknemer geen inbreuk maakte op de auteursrechten van B.

Voor een werkgever is dus van belang dat in een vaststellingsovereenkomst nadrukkelijk wordt bepaald of een bijzonder beding na de beëindiging van het dienstverband al dan niet zijn werking verliest.

Recent Posts
  • 20 juni 2017

    Einde oefening voor werknemer na liegen over klantbezoek en het uiten van dreigementen

    Marion Hagenaars
    Een ontslag op staande voet is vaak wikken en wegen. Zijn de gedragingen ernstig genoeg? Kunnen de gedragingen worden bewezen? Zijn er (privé) omstandigheden die de gedragingen rechtvaardigen? Gaat het niet te ver om de werknemer loon en uitkering te ontnemen? Maar soms maakt een werknemer het zo bont dat een ontslag op staande onvermijdelijk
    Lees verder
  • 13 juni 2017

    Zelfstandig werken onder eigen voorman, toch StiPP

    Marion Hagenaars
    Voor uitleners blijft het spannend. Nederland kent dan wel geen algemene pensioenverplichting, maar via het verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten kan deze verplichting toch bestaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Ongevraagd met terugwerkende kracht aangesloten worden, over jaren premies afdragen met soms faillissement tot gevolg, dubbele pensioenvoorzieningen met alle fiscale gevolgen van dien. Het is dan
    Lees verder
  • 8 juni 2017

    Thuiswerkdag recht of gunst?

    Marion Hagenaars
    De meeste werkgevers hebben er wel begrip voor: thuiswerken om efficiënter te kunnen werken, reistijd te beperken of werk en zorg beter te kunnen combineren. Maar soms slaat de twijfel toe. Worden de overeengekomen arbeidsuren wel gemaakt? En werkt thuiswerken disfunctioneren niet in de hand? En kan bij deze twijfel de thuiswerkdag zomaar weer worden
    Lees verder

Plaats een reactie