Grote ondernemingen moeten kleine ondernemingen binnen 30 dagen gaan betalen. Mooie papieren maatregel, maar zal het werken..?

 in Ondernemingsrecht

Op 14 februari 2017 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met de ‘’Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen’’. Door deze wet zullen de grote ondernemingen, de kleine ondernemingen binnen 30 dagen moeten betalen; Afspraken met langere betaaltermijnen zijn dan niet langer toegestaan en van rechtswege nietig. Een mooi besluit van het kabinet ter bescherming van het MKB, de (banen) motor van de economie. De wet is naar de Eerste Kamer voor goedkeuring.

Nu is het ook al zo dat de overheid, bedrijven en non-profit organisaties (in beginsel) binnen 30 dagen hun rekeningen moeten voldoen. Echter, bedrijven mogen onderling betaaltermijnen van langer dan 60 dagen afspreken, mits dit nadrukkelijk is overeengekomen en mits daarbij geen sprake is van een ‘’kennelijke onbillijkheid’’ jegens de schuldeiser (artikel 6: 119a leden 4 en 5 BW). Ook mag een lagere (of hogere) rente worden afgesproken dan de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a lid 8 BW). Wanneer de Overheid debiteur is, dan mag maximaal 60 dagen overeengekomen worden (artikel 6: 119b lid 5 BW) en mag niet naar beneden worden afgeweken van de wettelijke handelsrente (artikel 6: 119b lid 8 BW. Onder Overheid worden verstaan de Staat, een provincie, een gemeente, waterschap, publiekrechtelijke instelling of een samenwerkingsverband van deze overheden of publiekrechtelijke instellingen; denk aan openbare scholen, DNB, AFM, Kadaster, Gemeenschappelijke regelingen van gemeentes.

Grote bedrijven hanteren in de praktijk veelal lange betaaltermijnen al of niet ingegeven door eisen aan hun administratieve organisatie en (geautomatiseerde) processen. Soms ook maken grootbedrijven gebruik van hun machtspositie ten opzichte van MKB-leveranciers en zelfstandig ondernemers om betaaltermijnen van langer dan 60 dagen op te leggen; als MKB-leverancier of zelfstandig ondernemer A niet akkoord gaat met de langere betaaltermijn, dan zijn er altijd nog wel andere kleine ondernemingen die wel akkoord zullen gaan. Het is duidelijk dat de liquiditeitspositie van die kleine ondernemingen onder druk komt en het voortbestaan van de onderneming daardoor zelfs in gevaar gebracht kan worden: een vordering op papier ziet er leuk uit, maar je hebt er niks aan zolang het geld niet op de rekening staat. De MKB-leverancier zal op zijn beurt dus ook weer langere betaaltermijnen gaan hanteren voor de inkoop van zijn grondstoffen of onderdelen en zo leeft de hele keten van toeleveranciers dus bij elkaar “op de pof”. Voor de MKB-ers wier grootste kostenpost bestaat uit salarissen, zal dat niet werken: salarissen moet immers gewoon wel op tijd betaald worden.

Door deze wet zullen betaaltermijnen langer dan 60 dagen tussen grootbedrijven en MKB-leveranciers of zelfstandig ondernemers, nietig zijn. Afwijkende afspraken worden van rechtswege omgezet naar 30 dagen. Indien een grootbedrijf niet binnen 30 dagen zijn rekening betaalt, dan is het bedrijf van rechtswege de wettelijke handelsrente, per 1 januari 2017 8%, verschuldigd over de termijn die de 30 dagen overschrijdt.

Een kleine onderneming is volgens dit wetsvoorstel een onderneming die voldoet aan minstens twee van de volgende drie eisen:
• De waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan 6 miljoen euro.
• De netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan 12 miljoen euro.
• Het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50 werknemers.
Aangezien twee derde van de MKB bedrijven in 2015 een omzet hadden van minder dan 1 miljoen (bron: SRA) en de rest tussen de 1 en 10 miljoen, zal deze wet dus het overgrote deel van het MKB voordeel brengen. De grote bedrijven zullen hun bedrijfsprocessen moeten gaan inrichten op deze kortere betaaltermijnen, of, gewoon doorgaan op de “oude” voet en toch pas na 60 dagen of later betalen. De sanctie? Een plicht op papier om de wettelijke handelsrente (per 1 januari 2017, 8%) te vergoeden vanaf dag 31. Alleen, die plicht wordt pas “echt” wanneer de MKB- ondernemer het aandurft om de rente in rekening te gaan brengen en betaling ervan zo nodig in rechte af te dwingen. Of hij kan zijn contract met de grote ondernemer beëindigen. Tja, dat kan hij nu ook al…en doet dat dus niet wanneer er voor hem 10 anderen zijn die wel genoegen nemen met te lange betaaltermijnen en te late betaling. Dus of er wat gaat veranderen? Ik denk het niet. Maar, wie weet zijn er grote ondernemingen die eerder gaan betalen vanuit een maatschappelijk plichtsbesef, of gewoon, uit fatsoen? En daar is inderdaad beweging in gekomen: zie www.betaalmenu.nl. Betaalmenu is een – door EZ gesubsidieerd – initiatief dat zich onder meer ten doel stelt om ervoor te zorgen dat MKB- leveranciers sneller worden betaald zodat kapitaal dat in onbetaalde facturen zit, beschikbaar komt. Een behoorlijk aantal grote ondernemingen heeft zich hier al bij aangesloten waaronder Shell, Philips, Jumbo, Unilever, TomTom en Rijk Zwaan, ABNAmro en Rabo.

Wat is overigens een “grote” onderneming in de zin van de wet? Dat is een onderneming die voldoet aan minstens twee van de volgende drie eisen:
• De waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, meer dan 6 miljoen euro.
• De netto-omzet over het boekjaar bedraagt meer dan 12 miljoen euro.
• Het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt meer dan 50 werknemers.
De wet zal van toepassing zijn op alle nieuwe overeenkomsten na inwerkingtreden van de wet en gaat voor lopende overeenkomsten gelden één jaar na de inwerkingtreding van de wet. Het wachten is nu op de Eerste Kamer.

Recent Posts

Plaats een reactie