Inbreuk op handelsnaam Plankenland

 in Ondernemingsrecht

De domeinnaam www.plankenland.net maakt volgens de voorzieningenrechter te Zwolle inbreuk op de handelsnaam Plankenland.

Plankenland is een onderneming met een landelijk afzetgebied die zich sinds 16 maart 2005 bezighoudt met het leggen en leveren van parket, laminaat, planken vloeren en aanverwante artikelen voor bedrijven en particulieren. Zij drijft haar onderneming sinds haar oprichting onder de handelsnaam Plankenland. Op haar website “www.plankenland.nl” prijst zij sinds 1 augustus 2006 haar producten op het internet aan.

De Vloerderij is een rechtstreekse concurrent van Plankenland. Zij handelt onder de handelsnaam De Vloerderij in onder meer houten planken voor vloeren. Zij prijst haar producten (onder meer) aan op haar websites “www.devloerderij.nl” en “www.devloerenvakman.nl”. Sinds 12 november 2009 prijst zij eveneens (een deel van) haar producten aan op de website “www.plankenland.net”.

Bij verstekvonnis van 13 januari 2009 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te Zwolle De Vloerderij op straffe van een dwangsom geboden:

– binnen vijf dagen na betekening van het vonnis ieder gebruik van de(handels)naam en domeinnaam Plankenland of een soortgelijke (handels)naam te staken en gestaakt te houden;

– binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de domeinnaam plankenland.net zonder vergoeding aan Plankenland over te dragen.

De Vloerderij vordert vervolgens in verzet bij de voorzieningenrechter te Zwolle dat de voorzieningenrechter haar zal ontheffen van de voormelde veroordelingen en die vorderingen alsnog zal afwijzen, met veroordeling van Plankenland in de volledige proceskosten.

De voorzieningenrechter te Zwolle oordeelt echter ten aanzien van het gebruik van de handelsnaam en domeinnaam plankenland.net als volgt. Vooropgesteld moet worden dat aan een handelsnaam niet de eis van onderscheidend vermogen wordt gesteld. Er bestaat daarom geen aanleiding voor een oordeel dat de naam Plankenland wegens gering onderscheidend vermogen geen geldige handelsnaam zou kunnen zijn.

Een handelsnaam, die uit twee beschrijvende woorden mag bestaan, mag echter de taal niet monopoliseren. In een handelsnaam voorkomende beschrijvende aanduidingen mogen in beginsel ook door anderen worden gebruikt, met dien verstande dat dit gebruik geen verwarring mag wekken met de handelsnaam in het geheel.

Toegespitst op de onderhavige zaak dient dus de vraag te worden beantwoord of de handelsnaam van Plankenland enerzijds in zijn geheel beschouwd en de website van De Vloerderij “www.plankenland.net” anderzijds, dat als virtueel uithangbord van de door De Vloerderij geëxploiteerde onderneming valt te kwalificeren, in zijn geheel beschouwd zo’n grote gelijkenis vertoont dat daardoor verwarringgevaar bij het op normale wijze oplettend en onderscheidend publiek valt te duchten. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel het geval. Plankenvloer heeft met haar overgelegde producties voldoende aangetoond dat partijen, anders dan De Vloerderij stelt, (grotendeels) op dezelfde markt opereren (kort gezegd houten planken) en dat beiden (via internet) door heel Nederland actief zijn. De domeinnaam “plankenland.net” is (nagenoeg) identiek aan de handelsnaam en de domeinnaam “plankenland.nl” van plankenland.

Ook indien de vennoten van Plankenland voorheen werkzaam waren voor De Vloerderij en de handelsnaam Plankenland zijn gaan voeren geïnspireerd door het reclameliedje van De Vloerderij “de plankenpolka”, waarin de naam Plankenland (meerdere malen) voorkomt, doet dat er niet aan af dat het hen vrij stond om een concurrerend bedrijf te beginnen onder die handelsnaam. Dat is slechts anders indien De Vloerderij auteursrechthebbende zou zijn op het woord plankenland. Dat dit aan de orde zou zijn is niet gesteld of aannemelijk geworden.

De vordering van De Vloerderij in verzet dient, gezien het hiervoor overwogene, volgens de voorzieningenrechter te Zwolle te worden afgewezen.

Recent Posts
  • 26 april 2018

    Moet aanzeggen nu wél of niet schriftelijk?

    Marion Hagenaars
    Het lijkt zo eenvoudig: de werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Doet hij dit niet, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd. Waarom ontstaat er dan toch zo vaak discussie tussen werkgever en
    Lees verder
  • 19 maart 2018

    Wie bepaalt noodzaak en inhoud verbetertraject: werkgever of medewerker?

    Marion Hagenaars
    Voor de HR-professional een bekend verschijnsel: disfunctioneren. Met de aantrekkende arbeidsmarkt waardoor het vinden van geschikte kandidaten een uitdaging is, is de disfunctionerende medewerker voor de HR-professional een belangrijk agendapunt. Dit geldt zeker binnen de IT-branche. Maar wie bepaalt of een verbetertraject noodzakelijk is? En waar moet een goed verbetertraject aan voldoen?
    Lees verder
  • 13 maart 2018

    De HR professional en privacy – Deel VII: persoonsgegevens delen met derden

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Personeelsgegevens die u als werkgever verkregen heeft, mag u niet zomaar doorgeven aan personen of instanties buiten uw organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, het UWV, het pensioenfonds of uw advocaat. Verstrekken van personeelsgegevens aan derden Als werkgever verwerkt u persoonsgegevens en daarop is de AVG van toepassing. U bent dan verwerkingsverantwoordelijke en dat
    Lees verder

Plaats een reactie