Interessante vennootschappelijke jurisprudentie

 in Ondernemingsrecht

Minderheidsaandeelhouders en tegenstrijdig belang transacties
In Nederland wordt aan minderheidsaandeelhouders geen afgeleide schadeacties toegekend: spelen meerderheidsaandeelhouder en bestuurder van een vennootschap onder 1 hoedje, dan hebben minderheidsaandeelhouders doorgaans het nakijken, ook wanneer hun belangen overduidelijk worden veronachtzaamd en ook al heeft de jurisprudentie uitgemaakt dat hun belangen door de overige spelers binnen een vennootschap voldoende in het oog gehouden moeten worden. Doordat minderheidsaandeelhouders geen vordering namens de vennootschap kunnen instellen jegens de bestuurder die handelt met een tegenstrijdig belang en de schade die zij lijden door onrechtmatig handelen van de bestuurder en/of meerderheidsaandeelhouder op grond van de huidige jurisprudentie niet op hen kunnen verhalen, lijkt de enige mogelijkheid voor hen het instellen van een enquête bij de Ondernemingskamer in het geval zij een belang van minimaal 10% in het kapitaal van de vennootschap hebben.

Een in oktober 2009 gepubliceerd arrest van het Hof den Haag van 20 juli 2002 (!), JOR 2009, 247, laat zien dat minderheidsaandeelhouders toch ook andere middelen hebben om zich te wapenen wanneer de meerderheidsaandeelhouder en bestuurder de zorgvuldigheidsnorm die zij jegens de minderheidsaandeelhouder in acht dienen te nemen, schenden en sprake is van een ontoelaatbare verstrengeling van belangen. Ze kunnen namelijk een verbodsactie instellen of een gebod vorderen tot handhaving van de status quo dan wel een bevel tot herstel van de status quo ante, na een tegenstrijdig belang transactie of ter voorkoming daarvan. Indien de minderheidsaandeelhouder op voorhand aannemelijk kan maken dat voor hem nadeel dreigt, kunnen deze vorderingen ook in kort geding worden ingesteld. Voor meerderheidsaandeelhouder / bestuurders wellicht een extra reden om de zorgvuldigheidsnorm die zij jegens de minderheidsaandeelhouder hebben, serieus te nemen.

Non-conformiteit bij transacties

In het geval een aandelentransactie of een activa / passiva transactie niet beantwoordt aan de inhoud van de overeenkomst en sprake is van non-conformiteit is van belang tijdig een beroep op het gebrek te doen en daarbij nadrukkelijk te stellen dat tijdig geklaagd wordt bij de wederpartij. Uit jurisprudentie blijkt dat ook bij een overname (van aandelen of activa / passiva) dit van belang is, zo werd in een onlangs gepubliceerde uitspraak van de rechtbank te Rotterdam (1 oktober 2008, JOR 2009, 98) nog eens bevestigd. Indien in de koopovereenkomst geen termijn is opgenomen, wordt daarbij doorgaans een klachttermijn van twee maanden redelijk gevonden.

Aansprakelijkheid bestuurder bij faillissement

Het zal bekend zijn: bij faillissement onderzoekt de curator of de bestuurder wanbeleid kan worden verweten. Is daarvan sprake, dan wordt de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het tekort van de boedel. Indien de bestuurder de boekhoudplicht niet vervuld heeft of de jaarstukken zijn niet conform de wettelijke vereisten volledig en tijdig gedeponeerd, dan staat de onbehoorlijke taakvervulling van de bestuurder vast. De enige uitweg voor de bestuurder is dan te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat sprake is van een onbelangrijk verzuim. Slaagt de bestuurder niet in dit verweer, dan resteert nog één andere uitweg: de bestuurder dient te stellen en zo nodig te bewijzen dat andere feiten en omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. In het huidige economische klimaat kan het geen kwaad het belang van tijdig en volledig deponeren van de jaarstukken en het voldoen aan de boekhoudplicht nog eens te onderstrepen.

Nieuwe trend: schadevergoedingsactie wegens afbreken onderhandelingen?

Uit een onlangs gepubliceerd vonnis van de rechtbank te Den Haag van 3 juni 2009, JOR 2009, 245, blijkt een mogelijke nieuwe trend: het vorderen van schadevergoeding wegens het onrechtmatig afbreken van onderhandelingen c.q. van een voorgenomen samenwerking. Nu op essentiële onderdelen nog geen overeenstemming bestond, achtte de rechtbank het niet juist dat er al rechtens afdwingbare verplichtingen zouden bestaan om een voorgenomen samenwerking aan te gaan. De reden voor het niet tot stand komen van de samenwerking, was bovendien gelegen in de door de wederpartij achtergebleven gegenereerde omzet. Juist door de verslechterde economische omstandigheden, was het redelijk dat naar deze omzet door de overige partners gekeken werd en als grond werd aangevoerd voor het afbreken van de voorgenomen samenwerking, ook al was er bij de ander de gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat de samenwerking zou gaan plaatsvinden. Het gewekte vertrouwen is immers niet het enige criterium: andere relevante factoren zijn de mate waarin en de wijze waarop de partij die de on-derhandelingen afbreekt tot het ontstaan van het vertrouwen heeft bijgedragen en de gerechtvaardigde belangen van deze partij, waarbij het ook van belang kan zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan. Uit deze uitspraak blijkt dat het recht onderhandelingen af te breken nog steeds voorop staat en dat het bij het aannemen van aansprakelijkheid wegens afgebroken onderhandelingen een strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf wordt gehanteerd ook en misschien wel zelfs in het huidige economische klimaat.

Meldplicht betalingsonmacht

Bestuurders kunnen aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van de door hen bestuurde vennootschap, indien zij betalingsonmacht van het belastingplichtige “lichaam” niet tijdig en volledig melden bij de Belastingdienst. Uit een drietal gepubliceerde uitspraken, blijkt dat dit onderwerp thans zeer actueel is en dat bestuurders zich niet altijd voldoende bewust zijn van deze verplichting. Belangrijk is te weten dat bij een juiste en tijdige melding, de ontvanger aannemelijk moet maken dat de niet-betaling van belastingschulden te wijten is aan kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaren voorafgaand aan het tijdstip van de melding betalingsonmacht. Omdat dit geen eenvoudige opdracht is, is de kans groot dat bij een tijdige en juiste melding, de ontvanger geen acties zal ondernemen jegens de bestuurder, behoudens evidente gevallen van fraude of misleiding. Van tijdige melding is sprake uiterlijk twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen of voldaan. Daarbij dient inzicht te worden gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald, zodat de ontvanger in staat wordt gesteld een oordeel te vormen over de oorzaken van de betalingsonmacht, zie art. 7-9 van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990.

Recent Posts
  • 26 april 2018

    Moet aanzeggen nu wél of niet schriftelijk?

    Marion Hagenaars
    Het lijkt zo eenvoudig: de werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Doet hij dit niet, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd. Waarom ontstaat er dan toch zo vaak discussie tussen werkgever en
    Lees verder
  • 19 maart 2018

    Wie bepaalt noodzaak en inhoud verbetertraject: werkgever of medewerker?

    Marion Hagenaars
    Voor de HR-professional een bekend verschijnsel: disfunctioneren. Met de aantrekkende arbeidsmarkt waardoor het vinden van geschikte kandidaten een uitdaging is, is de disfunctionerende medewerker voor de HR-professional een belangrijk agendapunt. Dit geldt zeker binnen de IT-branche. Maar wie bepaalt of een verbetertraject noodzakelijk is? En waar moet een goed verbetertraject aan voldoen?
    Lees verder
  • 13 maart 2018

    De HR professional en privacy – Deel VII: persoonsgegevens delen met derden

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Personeelsgegevens die u als werkgever verkregen heeft, mag u niet zomaar doorgeven aan personen of instanties buiten uw organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, het UWV, het pensioenfonds of uw advocaat. Verstrekken van personeelsgegevens aan derden Als werkgever verwerkt u persoonsgegevens en daarop is de AVG van toepassing. U bent dan verwerkingsverantwoordelijke en dat
    Lees verder

Plaats een reactie