Kortdurende arbeidscontracten en kantonrechtersformule

 In Arbeidsrecht

Veel werkgevers bieden eerst een overeenkomst voor bepaalde tijd aan om te kijken of een werknemer inderdaad beschikt over de capaciteiten die worden gesteld aan de betreffende functie. Ik noem het altijd een verkapte langere proeftijd. Zo een overeenkomst voor bepaalde tijd is in beginsel niet tussentijds door partijen op te zeggen, tenzij er in de overeenkomst een beding (en dat moet dan voor beiden partijen gelden) is opgenomen dat de overeenkomst tussentijds door partijen kan worden opgezegd. De werknemer kan dan opzeggen met een opzegtermijn van een (1) maand. Indien de werkgever van zo een beding (indien daarvan sprake is) gebruik wenst te maken dient de werkgever tevens te beschikken over een vergunning van het CWI. Pas indien zo een vergunning is verkregen (waarbij de reden van opzegging aannemelijk moet worden gemaakt: bijvoorbeeld bedrijfseconomisch) kan de werkgever opzeggen, waarbij de werkgever alsnog de wettelijke opzegtermijn in acht dient te nemen. Bij contracten korter dan 5 jaar is dat normaliter 1 maand.

Zonder zo een beding van tussentijdse opzegging is het in principe voor partijen niet mogelijk de overeenkomst op te zeggen, althans zo een opzegging leidt tot een schadeplichtigheid. Wel resteert altijd de mogelijkheid om ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de Kantonrechter te vragen. Werkgevers denken dan vaak relatief goedkoop af te zijn. Strikte toepassing van de Kantonrechtersformule (waarbij er kortgezegd vanuit wordt gegaan dat een werknemer voor ieder gewerkt dienstjaar recht heeft op een maandsalaris)leidt er gezien de korte duur van het dienstverband veelal toe dat “maar” 1 of 2 maanden vergoeding hoeft te worden toegekend. Een factor C=2 (hetgeen normaal vrij hoog is) leidt bij een overeenkomst die net een jaar duurt dan maar tot een vergoeding van 2 maanden. Er zijn opvattingen in literatuur en jurisprudentie, waarin is gesteld dat de Kantonrechtersformule in zulke gevallen apert onredelijk werkt. Er is dan ook jurisprudentie waarbij Kantonrechters bij kortdurende overeenkomsten voor onbepaalde tijd, danwel arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (bijvoorbeeld overeenkomst voor de duur van 1 jaar) in geval van verwijtbaarheid aan de zijde van de werkgever een hoge vergoeding toekennen.

Bij contracten voor bepaalde tijd is het regelmatig voorgekomen (om werkgever te straffen) dat de Kantonrechter een schadevergoeding toekent zijnde de resterende duur van het contract en dus de resterende maandsalarissen, waarop de werknemer recht zou hebben gehad als het contract voor bepaalde tijd zou hebben voortgeduurd. Ook bij contracten voor onbepaalde tijd die pas enkele maanden lopen compenseren Kantonrechters veelal door de C-factor (verwijtbaarheidsfactor) heel hoog vast te stellen. In verband met het voorgaande is de vuistregel dat bij een mislukt dienstverband van 1 of 2 jaar men bij verwijtbaarheid aan de kant van de werkgever rekening moet houden met een vergoeding van circa 6 tot 12 maanden.

Recent Posts
  • 2 juni 2026

    We noemen het HaaS, want dan is het geen HuuR. Of toch wel..?

    Hanneke Slager
    Hardware als dienst HaaS (hardware as a service) en varianten daarop, zoals DaaS (device as a service), zijn populaire vormen van het beschikbaar stellen van hardware. Van zware servers tot laptops, tablets, smart phones, netwerkapparatuur en PC’s en alle andere IT “spullenboel” daartussenin (ik noem dat hierna gemakshalve allemaal “hardware”). Met “as a service” wordt
    Read More
  • 28 april 2026

    Nieuwsbrief april 2026

    Hanneke Slager
    Woord vooraf  De laatste tijd zien we veel nieuwe ontwikkelingen die impact hebben op de IT-sector. Er is in korte tijd veel nieuwe wetgeving gekomen en we zien een toenemende dreiging van cyberaanvallen, waarbij hackers steeds geraffineerder te werk gaan en maximaal gebruik maken van de mens als ‘zwakste schakel’. Als gevolg hiervan hebben we
    Read More
  • 14 april 2026

    De zorgplicht van de IT-leverancier onder de loep: het vervolg bij de Hoge Raad

    Joar Spangenberg
    Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de zaak GAC/Verano c.s. De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten van GAC, waarmee het oordeel van het Hof ’s-Hertogenbosch definitief in stand blijft. Een relevante uitspraak voor de IT-praktijk. Wat was de kern van de zaak? Het geschil draaide om de implementatie van een
    Read More

Leave a Comment

Top