Nabootsing van Lego door Mega Brands

 in Ondernemingsrecht

De Hoge Raad heeft bepaald dat er sprake is van “slaafse” nabootsing van Lego omdat MegaBrands niet aan de verplichting heeft voldaan om verwarring zoveel mogelijk te voorkomen.

Het ‘slaafs’ nabootsten van een (stoffelijk) product dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom staat in beginsel vrij, maar wordt onrechtmatig wanneer nodeloos verwarringsgevaar wordt veroorzaakt. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad is de nabootsing alleen dan ongeoorloofd, indien de ‘nabootser’ zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid op bepaalde punten evengoed een andere weg had kunnen inslaan en door dit na te laten verwarring sticht.

Aan deze rechtspraak, die geldt sinds het arrest Hyster Karry Krane van 1953, ligt het in de rechtsliteratuur zo genoemde ethisch-sociale vrijheidsbeginsel ten grondslag. De Hoge Raad overwoog in dit (standaard)arrest dat het aan een ieder moet vrijstaan om aan zijn industriële producten een zo groot mogelijke deugdelijkheid en bruikbaarheid te geven, zodat het niet verboden is om te dien einde, ten eigen voordele en mogelijk tot nadeel van een concurrent, van in diens producten geopenbaarde resultaten van inspanning, inzicht of kennis gebruik te maken, zelfs wanneer enkel tengevolge van dat gebruik maken tussen het eigen product en dat van de concurrent bij het publiek verwarring mocht ontstaan.

Om tegen (onnodig verwarringwekkende) nabootsing te worden beschermd, moet het product een zeker onderscheidend vermogen, een eigen plaats op de markt hebben (zonder dat het product nieuw of oorspronkelijk of door de eisende concurrent zelf ontworpen behoeft te zijn). Voor de beoordeling van het verwarringsgevaar is het uitgangspunt de totale indruk, die bepalend is voor elk product en de beschouwing daarvan door een weinig oplettend kopend publiek, dat de beide producten meestal niet naast elkaar ziet.

De deugdelijkheid en bruikbaarheid van een product dienen niet alleen te worden verstaan in technisch/functionele zin, maar ook in economisch opzicht, in die zin dat onder de afnemers bepaalde behoeften en wensen kunnen bestaan met betrekking tot een uniforme maatvoering en verdere vormgeving. Ook deze behoefte aan standaardisatie kan onder omstandigheden een rechtvaardiging zijn voor het slaafs (verwarringwekkend) nabootsen van een product.

Het gaat in deze zaak om de vraag of Mega Brands onrechtmatig handelt jegens Lego door – kort gezegd – het hier te lande (gaan) aanbieden en distribueren van de speelgoedbouwsystemen Mega Bloks Micro en Mega Bloks Mini, op de grond dat sprake is van ‘slaafse nabootsing’ van de overeenkomstige Lego-systemen. De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord, het hof ontkennend.

Volgens de Hoge Raad kan een bij afnemers van de producten bestaande behoefte aan standaardisatie een rechtvaardiging zijn voor het verwarringwekkend nabootsen van een product (HR 12 juni 1970, LJN AC2520, NJ 1970, 434). Dit brengt echter niet mee dat bij de aanwezigheid van een dergelijke behoefte op de nabootser niet langer de verplichting rust om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door de als gevolg van de aanpassing aan de standaard bestaande gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat of vergroot wordt. Beslist is slechts dat gevaar voor verwarring niet in de weg staat aan rechtmatige nabootsing, indien de zojuist genoemde verplichting is nageleefd.

Het hof is volgens de Hoge Raad evenwel kennelijk en niet onbegrijpelijk van oordeel geweest dat de door de rechtbank vastgestelde, in hoger beroep niet bestreden, uiterlijke verschillen tussen de steentjes van Mega Brands en die van Lego – de kleur en de (plaats van de) naamsvermelding – voldoende zijn om, gegeven de bij de potentiële kopers bestaande behoefte bouwsteentjes te verkrijgen die naar maatvoering en uiterlijk passen op/bij de steentjes die men al bezit, het gevaar van nodeloze verwarring te voorkomen.

Behoefte aan standaardisatie (i.c. compabiliteit en uitwisselbaarheid) kan rechtvaardigingsgrond zijn voor verwarringwekkend nabootsen, maar ook dan is nabootser echter verplicht om verwarring zo veel mogelijk te voorkomen.

Recent Posts
  • 15 november 2017

    Blogreeks HR professional en Privacy

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) een feit. Uw HR organisatie moet dan aantoonbaar voldoen aan het groot aantal verplichtingen dat uit de privacy verordening voortvloeit. De impact voor uw HR organisatie is groot. De risico’s en sancties indien u privacyregels schendt, zijn aanzienlijk. Wij helpen! De komende weken publiceren wij
    Lees verder
  • 10 november 2017

    The Standard Contract Clauses under fire?

    Irvette Tempelman
    In the recent case between the Data Protection Commissioner vs Facebook Ireland ltd and Maximillian Schrems of October 3rd 2017, Maximillian Schrems has raised the issue before court as to the validity of the Standard Contract Clauses decisions with respect to data transfers from the European Economic Area to the United States in the light
    Lees verder
  • 10 november 2017

    AVG en regeerakkoord stellen eisen aan software-ontwikkeling die je zullen verbazen

    Christiaan Jeekel
    Er is geen ontkomen aan, de implementatie van de GDPR/AVG nadert met rasse schreden (25 mei 2018) en uit onderzoek blijkt dat bijna 40% van de onderzochte organisaties niet weet of ze aan de AVG moet voldoen, waarbij bijna 30% van de organisaties denkt dat ze niet eens ‘compliant’ hoeft te zijn. De AVG bevat
    Lees verder

Plaats een reactie