Overeenstemmende logo’s: auteursrecht en merkenrecht

 in IT-recht

Onderhavige geschil betreft het gebruik van overeenstemmend logo’s. Eiseres houdt zich onder meer bezig met de im- en export van groente en fruit en bezit een aantal (beeld)merknamen, waaronder “Jaguar, eye for quality”, (hierna: Jaguar) en betrekt haar producten hoofdzakelijk uit Spanje en Frankrijk. Gedaagde is 100% aandeelhoudster/bestuurder van Unifruit en brengt als werkmaatschappij van Unifruit groenten en fruit op de markt onder de naam “Poema”, geregistreerd als woordmerk. Unifruit betrekt haar “Poema-waren”uit Turkije.

Eiseres meent dat gedaagde inbreuk maakt op haar geregistreerde merk en heeft na enige sommatie een rechtsvordering ingesteld. Zij beroept zich op inbreuk van haar beeldmerk en het auteursrecht op het logo van “Jaguar”. De wijze waarop Unifruit haar woordmerk “Poema”gebruikt, stemt overeen met het beeldmerk van eiseres waardoor dit gebruik aanleiding geeft tot verwarring, althans het publiek zou kunnen veronderstellen dat beide merken dezelfde herkomst hebben. Bovendien wordt door dit gebruik ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit en afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen en de reputatie van het beeldmerk van eiseres. De Jaguarlogo’s van eiseres zouden auteursrechtelijk beschermd zijn, waardoor de verveelvoudiging als openbaarmaking van de logo’s van Unifruit zonder toestemming van de rechthebbende als onrechtmatig hebben te gelden.

Unifruit betwist beide inbreuken. Het Jaguarlogo van eiseres zou auteursrechtelijke bescherming ontberen omdat het noch een oorspronkelijk karakter, noch een persoonlijk stempel van de maker zou dragen. Deze mening deelt de rechtbank echter niet. Daaropvolgend worden beide logo’s vergeleken. Ten aanzien van de totaalindrukken constateert de rechter meer overeenkomsten dan verschillen. Unifruit probeert vervolgens tegenbewijs aan te brengen, door middel van een verklaring van de ontwerper van het Poema-logo. Hieruit zou blijken dat deze niet met het eerdere Jaguar logo bekend was en het toegepaste lettertype zelf zou hebben ontworpen. De rechtbank vindt deze bewijsvoering onvoldoende.

De zaak wordt interessanter wanneer Unifruit aanvoert dat eiseres niet de maker van de Jaguarlogo’s zou zijn. De vraag of eiseres is aan te merken als maker/rechthebbende van het logo wordt beantwoord aan de hand van artikel 8 Auteurswet. Daarvan is sprake indien een werk als van haar afkomstig openbaar is gemaakt zonder dat daarbij enige natuurlijke persoon als maker is vermeld, tenzij bewezen wordt dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was. Eiseres heeft door middel van advertenties geprobeerd aan te geven dat het logo van haar afkomstig is openbaar gemaakt. Tevens geeft zij aan dat de ontwerpers van de logo’s, de rechten aan haar hebben overgedragen. De rechtbank daarentegen is niet geheel overtuigd. Zij twijfelt of er sprake van een publicatie is geweest. Daarbij komende geschiedde de overdracht van rechten binnen een periode, nadat het gestelde inbreukmakend handelen al had plaatsgevonden. De rechtbank geeft eiseres de bewijsopdracht, aan te tonen vanaf welk moment de publicatie heeft plaatsgevonden.

Wat betreft de merkinbreuk beroept Unifruit zich op het standpunt dat het merk van eiseres onvoldoende onderscheidend vermogen bezit. Het beeldmerk van eiseres zou karaktertrekken vertonen die in de groente en fruitbranche zeer gebruikelijk zijn. De rechtbank deelt deze mening niet. Het beeldmerk van eiseres bezit een onderscheidend vermogen en neemt ook voldoende afstand van de overige bestaande Jaguarmerken. Vervolgens toetst de rechtbank de vermeende merkinbreuk. Daarbij moet worden gekeken of het publiek beide merken met elkaar associeert. Hierbij moeten alle omstandigheden worden meegewogen. Zoals het marktaandeel van het merk, de geografische omvang, de duur en gebruik ervan en de omvang van de door de onderneming verrichte investeringen om het merk bekendheid te geven. Het merkbekendheidsonderzoek wijst uit in het voordeel van eiseres. De rechtbank is dan ook van mening dat “in het oordeel van de rechtbank betreffende de vraag of in het onderhavige geval sprake is van inbreuk op de op het beeldmerk rustende auteursrechten, ligt reeds besloten dat het gevaar voor associatie in merkenrechtelijke zin aanwezig wordt geacht”. De vorderingen gebaseerd op het merkenrecht worden in beginsel toegewezen. Ten aanzien van het auteursrecht dienen door eiseres nadere bewijzen te worden aangedragen.

Recent Posts
  • 26 april 2018

    Moet aanzeggen nu wél of niet schriftelijk?

    Marion Hagenaars
    Het lijkt zo eenvoudig: de werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Doet hij dit niet, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd. Waarom ontstaat er dan toch zo vaak discussie tussen werkgever en
    Lees verder
  • 19 maart 2018

    Wie bepaalt noodzaak en inhoud verbetertraject: werkgever of medewerker?

    Marion Hagenaars
    Voor de HR-professional een bekend verschijnsel: disfunctioneren. Met de aantrekkende arbeidsmarkt waardoor het vinden van geschikte kandidaten een uitdaging is, is de disfunctionerende medewerker voor de HR-professional een belangrijk agendapunt. Dit geldt zeker binnen de IT-branche. Maar wie bepaalt of een verbetertraject noodzakelijk is? En waar moet een goed verbetertraject aan voldoen?
    Lees verder
  • 13 maart 2018

    De HR professional en privacy – Deel VII: persoonsgegevens delen met derden

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Personeelsgegevens die u als werkgever verkregen heeft, mag u niet zomaar doorgeven aan personen of instanties buiten uw organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, het UWV, het pensioenfonds of uw advocaat. Verstrekken van personeelsgegevens aan derden Als werkgever verwerkt u persoonsgegevens en daarop is de AVG van toepassing. U bent dan verwerkingsverantwoordelijke en dat
    Lees verder

Plaats een reactie