Panorama maakt inbreuk op portretrecht van imam

 in IT-recht

In een publicatie van weekblad Panorama wordt de imam op één lijn gesteld met personen die vanwege ernstige terroristische misdrijven strafrechtelijk veroordeeld zijn. Volgens de rechtbank te Haarlem is er sprake van een onterechte suggestie.

Eiser is als imam in dienst van de islamitische moskee As Soenah te Den Haag. Eiser heeft landelijke bekendheid gekregen door uitspraken te doen in religieuze en maatschappelijke kwesties. De imam is nimmer strafrechtelijk veroordeeld.

Sanoma is uitgeefster van het weekblad Panorama. Panorama kent een oplage van 100.000 exemplaren per week.

In de Panorama-editie van 14 mei 2008 heeft Sanoma, zonder toestemming van de imam, een foto geplaatst van de imam, tezamen met Samir A. en Mohammed B. Samir A. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar voor het plegen van terroristische activiteiten. Mohammed B. is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens de moord op Theo van Gogh.

Voornoemde afbeelding is geplaatst in de rubriek “Crimeweek” en is een bewerking van de filmposter van de Amerikaanse speelfilm “No country for old men”. De foto’s van de daadwerkelijke acteurs zijn vervangen door die van de imam, Samir A. en Mohammed B. Het opschrift is vervangen door de tekst: “No country for moslim men”. Naast de foto is als bijschrift opgenomen: “Zou Hollywood iets kunnen met de Nederlandse misdaad ? Wij denken van wel…”.

De imam vordert samengevat, veroordeling van Sanoma tot betaling van EUR 75.000,- vermeerderd met rente en kosten, alsmede tot rectificatie.

De rechtbank te Haarlem overweegt als volgt. Nu vaststaat dat de foto van de imam is geplaatst zonder zijn toestemming, is op grond van artikel 21 Auteurswet (hierna: Aw) openbaarmaking daarvan niet geoorloofd voor zover een redelijk belang van de imam zich tegen openbaarmaking verzet.
In dit geval moet het belang van de imam bij zijn recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer en zijn recht op bescherming van zijn eer en goede naam worden afgewogen tegen het belang van Sanoma bij haar recht op persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Bij deze belangenafweging dienen alle bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval te worden betrokken.

De imam is, zoals hij zelf ook erkent, door zijn controversiële uitspraken over religieuze kwesties een publiek figuur. Als publiek figuur heeft de imam dan ook enige aandacht van de media te dulden. In de onderhavige publicatie wordt hij echter op één lijn gesteld met personen die vanwege ernstige terroristische misdrijven strafrechtelijk veroordeeld zijn. Aldus wordt de suggestie gewekt dat de imam zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan terroristische misdrijven. De imam is nooit strafrechtelijk veroordeeld zodat sprake is van een onterechte suggestie.

De context waarin de foto is afgebeeld, namelijk de rubriek “Crimeweek” en de naast de foto geplaatste tekst verhogen deze suggestie. Aangezien de imam een geestelijk leider is, heeft een dergelijke associatie invloed op zijn aanzien en positie. De oorspronkelijke film is bovendien niet van zodanige bekendheid dat bij de gemiddelde Panorama-lezer bekend zal zijn dat de imam staat afgebeeld op de plek van de “good guy” zoals Sanoma nog heeft aangevoerd. Daar komt bij dat de publicatie geen nieuws- of informatiewaarde heeft.
Gesteld noch gebleken is voorts dat Sanoma met de publicatie bepaalde misstanden aan de kaak wilde stellen, zodat evenmin sprake is van een bijdrage aan het publieke debat. Van een geoorloofde parodie is, voor zover artikel 18b Aw al analoog van toepassing kan worden geacht op een portret, naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

Ook in het kader van een kennelijk humoristisch bedoelde publicatie is het niet geoorloofd de imam op één lijn te stellen met personen die vanwege terroristische misdrijven zijn veroordeeld. Gelet op de grote oplage van Panorama is evenmin sprake van een bagatel.
Onder de hiervoor geschetste omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van de imam zwaarder dient te wegen dan het belang van Sanoma. Sanoma heeft derhalve onrechtmatig gehandeld en is aansprakelijk voor de dientengevolge door de imam geleden schade.

Ten aanzien van de door de imam gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank te Haarlem als volgt. De imam heeft gesteld dat de schade is gelegen in aantasting van de eer en goede naam, te weten afbreuk aan zijn aanzien, en angst voor represailles. Sanoma heeft betwist dat de imam door de publicatie gevaar zal lopen en heeft voorts aangevoerd dat het gevorderde bedrag disproportioneel is in relatie tot de (in haar ogen) qua omvang bescheiden publicatie van het portret. Tegenover de betwisting door Sanoma heeft de imam niet nader onderbouwd waaruit het (als gevolg van de publicatie) concrete gevaar voor de imam heeft of zal bestaan. Aan dit aspect zal daarom voorbij worden gegaan. Sanoma heeft echter niet weersproken dat de publicatie afbreuk heeft gedaan aan het aanzien van de imam als geestelijk leider. Tegenover dit nadeel acht de rechtbank, gelet op art. 6:106 lid 1 sub b BW en rekening houdend met alle omstandigheden, een vergoeding van EUR 3.500,- evenredig en billijk

Recent Posts

Plaats een reactie