Patriot Act clouddiensten

 in IT-recht

Het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam (IViR) heeft september jl. een rapport gepresenteerd met daarin de resultaten van haar onderzoek naar de impact van de Patriot Act op clouddiensten ten behoeve van het hoger onderwijs en onderzoek. In dit rapport komt duidelijk naar voren dat de Patriot Act (2001) een symboolfunctie bekleedt in het debat rondom de privacy implicaties van clouddiensten, in het bijzonder de consequenties voor de toegang van buitenlandse overheden tot gegevens die zich in de cloud bevinden.

De mogelijkheden van buitenlandse overheden om gegevens op te vragen zijn divers en bestonden ook al voor het ontstaan van clouddiensten. Naast de Partiot Act bieden andere wetten als de Foreign Intelligence Surveillance Act, de FISA Amendment Act van 2008 en de Electronic Communications Privacy Act de Amerikaanse overheid mogelijkheden tot het opvragen van gegevens die onder hun jurisdictie vallen. Indien een cloud provider/onderneming activiteiten binnen de VS ontplooit, zoals het hebben van een vestiging op Amerikaans grondgebied, of onderdeel uit maakt van een onderneming in de VS, valt deze onderneming en diens activiteiten onder de jurisdictie van de VS.  Daarnaast heeft de Nederlandse overheid verdragen gesloten met andere landen, waaronder de VS, op basis waarvan gegevens over de betreffende onderdanen over en weer kunnen worden opgevraagd in het kader van onderzoek door justitie of veiligheidsdiensten.

Een bijkomend risico voor Nederlandse onderdanen is dat de Amerikaanse wetgeving weinig bescherming biedt voor Nederlandse onderdanen. De rechtsbescherming die de Amerikaanse constitutie en specifieke Amerikaanse wetgeving  op dit terrein biedt, strekt voornamelijk ter bescherming van Amerikaanse onderdanen.  De onderzoekers bevelen aan om realistisch om te gaan met het risico dat gegevens door buitenlandse overheden kunnen worden opgevraagd. De opvragingsrisico’s kunnen echter niet door middel van contractuele waarborgen worden uitgesloten. Het is dan ook niet raadzaam om garanties op dit punt af te geven.  Evenmin biedt de Nederlandse privacy wetgeving een waarborg tegen buitenlandse opvragingen.  Enige bescherming kan gezocht worden in het hanteren van technische beschermingsmaatregelen, zoals het versleutelen van gegevens (encryptie) en decentrale en gefragmenteerde opslag van gegevens.

Lees hier het hele rapport.

 

Recent Posts
  • 13 december 2017

    e-Privacy Verordening: wat verandert er?

    Bob Cordemeyer
    10 januari 2017 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een herziening van de bestaande e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG). Met de invoering van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (Verordening (EU) 2016/679), die 25 mei 2018 in werking treedt, wordt hiermee een belangrijke stap gezet voor de hervorming en uniformiteit van de regelgeving voor gegevensbescherming. Het streven van
    Lees verder
  • 14 december 2017

    Wijzigingen 2018 & het regeerakkoord voor HR

    Marion Hagenaars
    Nieuwe uitdagingen voor HR in 2018. Ook in 2018 krijgt HR weer te maken met nieuwe wet-en regelgeving. Via deze blog informeren we je over de belangrijkste wijzigingen. 2018 De volgende wijzigingen voor 2018 zijn voor HR van belang: Transitievergoeding De transitievergoeding bedraagt in 2018 maximaal € 79.000,- bruto of – indien hoger – een
    Lees verder
  • 29 november 2017

    Ondernemingsraden let op met privacy!

    Marion Hagenaars
    Ondernemingsraden vervullen een belangrijke rol met betrekking tot privacy. Elk besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een regeling omtrent het verwerken en/of beschermen van persoonsgegevens is namelijk instemmingsplichtig. Dit betekent dat de ondernemer om een dergelijk besluit te kunnen nemen óf instemming nodig heeft van de ondernemingsraad óf vervangende instemming van de kantonrechter.
    Lees verder

Plaats een reactie