Proceskostenveroordeling in IE zaken

 in IT-recht

Inbreuk op auteursrecht plus onrechtmatig handelen o.g.v. slaafse nabootsing. Onderhavige zaak is IE technisch gezien niet bijzonder. Daarentegen worden een aantal punten behandeld die voor de rechtspraktijk interessant zijn.

Hema verkoopt onder meer ballonnen, met daarop vogeltjes, eekhoorns en vlindertjes. De ontwerpen voor deze ballonnen zijn gemaakt door een medewerkster van Hema. De auteursrechten die hierop rusten zijn door deze medewerkster aan Hema overgedragen. Action Non-Food (hierna: Action) komt met ballonnen waarop de identieke figuren zijn weergegeven. Omdat Action zich niet onthoudt van het produceren en verhandelen van deze producten, stelt Hema een rechtsvordering in, o.g.v. inbreuk op haar auteursrecht en onrechtmatig handelen o.g.v. slaafse nabootsing. Daarbij hanteert Hema artikel 14 van de Richtlijn betreffende de handhaving van de intellectuele eigendomsrechten, waarmee zij de volledige proceskosten vergoed wil krijgen.

Het door Action gevoerde verweer is niet sterk. Allereerst beroept zij zich op het gegeven dat de medewerkster van Hema de maker van de ontwerpen is. Hema zou dus geen rechthebbende zijn. Aangezien Hema ter zitting echter uitdrukkelijk heeft verklaard dat de medewerkster al jarenlang in loondienst is en Hema als haar werkgever auteursrechthebbende is, wordt dit verweer verworpen. De omstandigheid dat de mogelijkheid bestaat om in individuele arbeidsovereenkomsten af te wijken van de hoofdregel dat de werkgever rechthebbende is op auteursrechten van werknemers is onvoldoende om aan te nemen dat daarvan in deze zaak sprake is. Wanneer de producten van beide ondernemingen worden vergeleken komen de totaalindrukken grotendeels overeen.

Action beroept zich vervolgens op haar Algemene Voorwaarden. Deze vermelden dat de leverancier ervoor dient in te staan dat van inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van derden geen sprake is. Deze voorwaarden bieden Action de mogelijkheid om op te treden tegen leveranciers die zich toch aan inbreuk schuldig maken, maar doen niet af aan de eigen verantwoordelijkheid van Action om zelf geen inbreuk makende artikelen te verhandelen of anderszins in het verkeer te brengen. Hema heeft zelf de keuze om de leverancier of diens afnemer, of beide aan te pakken. Ten aanzien van de slaafse nabootsing geldt hetzelfde als voor de auteursrechtelijke inbreuk.

Ten aanzien van het door Hema gehanteerde artikel 14 van de Richtlijn, geïnterpreteerd conform artikel 237 Rv komt de rechter met een juiste overweging. Volgens Action verzet de Richtlijn zich niet tegen een forfaitaire proceskostenveroordeling overeenkomstig het liquidatietarief, aangezien een dergelijke veroordeling ook redelijk en evenredig zou zijn. Op grond van de Richtlijn dienen alle redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. De Richtlijn beoogt de handhaving van intellectuele eigendomsrechten te harmoniseren teneinde namaak en piraterij efficiënter te kunnen bestrijden. Met Hema is de Voorzieningenrechter van oordeel dat een richtlijnconforme interpretatie van artikel 237 Rv hier op zijn plaats is en dat deze er in de onderhavige zaak toe leidt dat Action dient te worden veroordeeld in de werkelijk door Hema gemaakte kosten. Hiervoor is van belang dat Action ook na sommatie niet bereid is geweest de inbreuk te staken, maar slechts de verkoop van de ballonnen heeft opgeschort in afwachting van de uitkomst van dit geding. Hierdoor heeft zij Hema genoodzaakt tot het voeren van dit geding. Ook deze vordering van Hema wordt toegewezen.

Recent Posts

Plaats een reactie