Verkorte procedure CWI met ingang van 1 januari 2007 afgeschaft!

 in Arbeidsrecht

Door de wijziging van de Werkloosheidswet (WW) met ingang van 1 oktober 2006 is de verwijtbaarheidstoets ingrijpend veranderd. Kort gezegd is er nu alleen nog maar sprake van verwijtbaarheid van een werknemer (en dus geen afspraak op een WW-uitkering) indien er sprake is van een dringende reden voor ontslag, danwel indien de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst opzegt, terwijl hiervoor geen ernstige bezwaren zijn. Het is nu niet meer vereist dat een werknemer verweer voert tegen het aangezegde ontslag hetgeen als het goed is zal leiden tot minder pro forma procedures bij de kantonrechter. In verband met het voorgaande kunnen werkgevers en werknemers nu overgaan op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, zonder dat de werknemer daarbij een WW-risico loopt. Door voornoemde “versoepeling” van het ontslagrecht is ook de verkorte procedure bij het CWI in geval van bedrijfseconomisch ontslag overbodig geworden. Deze procedure zal met ingang van 1 januari 2007 dan ook worden afgeschaft.

De verkorte procedure bij het CWI in geval van bedrijfseconomisch ontslag werd op 1 januari 1999 ingevoerd met als doel te komen tot een snelle afhandeling van pro forma CWI zaken bij bedrijfseconomisch ontslag en hing samen met de oude regeling van de toets van verwijtbare werkloosheid zoals deze tot de wijziging van de WW op 1 oktober 2006 bestond. Op grond hiervan was de werknemer niet verwijtbaar werkloos indien voor de opzegging van het dienstverband door het UWV een ontslagvergunning was verleend die louter was gebaseerd op bedrijfseconomische gronden. De verkorte procedure hield in dat als bij een verzoek om toestemming voor opzegging tevens een “verklaring van geen bezwaar” was gevoegd, het verzoek om een ontslagvergunning door de CWI kon worden afgehandeld zonder dat partijen werden gehoord en zonder advies van de Ontslagadviescommissie. In dat geval werd in de regel toestemming verleend. Met de verkorte procedure werd enerzijds werkgever de mogelijkheid van snelle ontslagprocedure geboden en werd anderzijds aan werknemers vooraf zekerheid verschaft over het verkrijgen van een WW-uitkering. Deze procedure zal met ingang van 1 januari 2007 dus verdwijnen, ingediende verzoeken vóór deze datum zullen nog onder het oude regime afgehandeld.

Recent Posts
  • 6 februari 2018

    Detacheerder pas je relatiebeding aan!

    Marion Hagenaars
    Welke detacheerder kent het belemmeringsverbod niet? Laat je een werknemer werken bij een opdrachtgever onder diens leiding en toezicht dan mag deze werknemer na afloop van de detachering in dienst treden bij of als zelfstandige werken voor deze opdrachtgever. Ook als een relatiebeding is gesloten. Gevolg: verlies van opdrachten. Geen goed vooruitzicht als detachering je
    Lees verder
  • 25 januari 2018

    Detacheerders wees voorzichtig met het Vragenformulier van StiPP

    Marion Hagenaars
    StiPP is het verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten. Veel (IT) detacheerders zijn verplicht om zich bij dit pensioenfonds aan te sluiten. Vaak weten of willen detacheerders dit niet. De gevolgen zijn groot. Denk aan: premieafdracht met terugwerkende kracht (vele jaren), dubbele pensioenregelingen, cao verplichtingen, sociale fondsen, gewijzigde sectorindeling.
    Lees verder
  • 6 februari 2018

    De HR professional & Privacy – Deel VI: de zieke werknemer

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Indien niet zorgvuldig omgegaan wordt met gegevens over de gezondheid van werknemers kan dit grote gevolgen hebben voor hun privacy. Zowel onder de Wbp als de AVG geldt dan ook dat deze gegevens worden aangemerkt als bijzondere persoonsgegevens. Deze mogen verwerkt worden indien dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van wettelijke voorschriften, pensioenregelingen of
    Lees verder

Plaats een reactie