Verwarrende domeinnaam kan in strijd zijn met Handelsnaamwet

 in Ondernemingsrecht

PINTaxi Eindhoven heeft de kantonrechter te Arnhem verzocht, om verweerder te veroordelen om zodanige wijzigingen in de door haar gevoerde handelsnaam c.q. domeinnaam aan te brengen, dat er geen strijd meer is met het bepaalde in artikel 5 Handelsnaamwet (Hnw).

Wettelijk kader

Op grond van artikel 5 Hnw is het verboden om een handelsnaam te voeren die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gedreven werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, voor zover dientengevolge bij het publiek verwarring omtrent de herkomst van de waren te duchten is.

Samengevat

PIN Taxi Eindhoven stelt dat de handelsnaam Pintaxi Ede slechts in geringe mate afwijkt van die van PIN Taxi Eindhoven. Er is –fonetisch– geen verschil, op de plaatsnaam na. Beide ondernemingen zijn actief in de taxibranche en bieden hun diensten aan in de Benelux en omstreken. Beiden rijden niet alleen voor klanten uit hun directe omgeving, aldus PIN Taxi Eindhoven. Indien men zoekt via ‘Google’ en de zoekterm ‘pintaxi’ gebruikt, verschijnen beide partijen vlak onder elkaar.

Het gebruik van de nagenoeg gelijke domeinnaam is verwarrend volgens PINTaxi Eindhoven. Men zou kunnen denken dat er sprake is van twee verschillende afdelingen van hetzelfde bedrijf. Bovenal vreest PIN Taxi Eindhoven dat verweerder, gezien de problemen in de taxibranche, negatief in het nieuws komt, hetgeen dan vanwege de verwarring tussen de bedrijven een negatieve (publicitaire) invloed op haar bedrijf zal hebben.

Verweerder vraagt om afwijzing van het verzoek. Zij voert daartoe aan dat haar bedrijf ‘Pintaxi Ede’, net als PIN Taxi Eindhoven, een kleine taxionderneming is, met twee taxi’s. Bij beide bedrijven kan de klant met zijn pinpas in de taxi afrekenen. Voor een geslaagd beroep op artikel 5 Hnw is het nodig dat het publiek in de regio Ede PIN Taxi Eindhoven verwart met Pintaxi Ede. Verweerder voert aan dat in deze dat niet het geval is, aangezien de plaats waar de ondernemingen gevestigd zijn en/of het gebied waarin zij hun activiteiten ondernemen volstrekt verschillend is. Voorts heeft PIN Taxi Eindhoven niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat zij naamsbekendheid geniet in de omgeving van Ede.
Verweerder betwist dat zij haar diensten aanbiedt in de gehele Benelux. Zij verwijst hiertoe naar de tekst op haar website: “PinTaxi is sinds 2009 gevestigd in Ede. Wij rijden dan ook voornamelijk in deze regio. Met name in de plaatsen Ede, Bennekom, Wageningen, Lunteren en Veenendaal. Tevens hebben wij ook een voordelige luchthavenservice 24 uur per dag 7 dagen per week.” Verweerder biedt dus ook luchthavenservice aan, maar men maakt slechts sporadisch gebruik van die dienst, waardoor het zwaartepunt niet op die werkzaamheden ligt. Alleen het feit dat verweerder ook luchthavenservice aanbiedt, maakt niet dat verwarring van het publiek te duchten is, aldus verweerder. Het beeldmerk van de onderneming van verweerder is verschillend van dat van PIN Taxi Eindhoven, zodat geen verwarring op dat vlak te duchten is.

Oordeel kantonrechter

Handelsnaam

De kantonrechter te Arnhem overweegt als volgt. De stelling van PIN Taxi Eindhoven, dat beide ondernemingen hun diensten aanbieden in de Benelux en omstreken, heeft verweerder betwist en de kantonrechter is van oordeel dat PIN Taxi Eindhoven niet geslaagd is aan te tonen dat verweerder in de gehele Benelux rijdt. Verweerder biedt haar diensten grotendeels aan in Ede en omstreken, waar PIN Taxi Eindhoven dat vooral in Eindhoven doet. Verweerder rijdt wel eens naar de luchthavens in Nederland, maar lijkt dat slechts voor ten aanzien van Ede plaatselijke gebruikers te doen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat derhalve bij het publiek geen verwarring tussen partijen te duchten is voor wat betreft de gevoerde handelsnaam.
De stelling van PIN Taxi Eindhoven, dat zij publicitaire schade zou kunnen ondervinden indien ‘Pintaxi Ede’ een fout zou begaan, is te zeer speculatief en onzeker en biedt daardoor op zichzelf geen grond voor toewijzing van het verzoek. De kantonrechter zal het verzoek tot wijziging van de handelsnaam heeft het verzoek derhalve afgewezen.

Domeinnaam

Nu de kantonrechter het verzoek tot wijziging van de handelsnaam heeft afgewezen, dient het verzoek tot wijziging van de domeinnaam nog te worden beoordeeld. Het gebruik van een domeinnaam kan als het voeren van een handelsnaam in de zin van de Handelsnaamwet worden aangemerkt en een verzoek tot wijziging ervan op grond van de Handelsnaamwet is dus mogelijk. Verweerder gebruikt als domeinnaam: ‘www.pintaxi-ede.nl’, PIN Taxi Eindhoven gebruikt: ‘www.pintaxi-eindhoven.nl’.
De kantonrechter veroordeelt verweerder haar domeinnaam per 1 januari 2010 te wijzigen. De site verschilt weliswaar van die van PIN Taxi Eindhoven, maar door de gelijkenis tussen de domeinnamen kan het publiek in de veronderstelling komen te verkeren dat de bedrijven op de een of andere wijze met elkaar gelieerd zijn. Waar in de omgeving van Ede en Eindhoven naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel geen verwarring zal bestaan, kan voor de bezoeker van het web de schijn bestaan dat de bedrijven aan elkaar gelieerd zijn, waardoor daar wel verwarring kan bestaan. Als verweerder de domeinnaam wijzigt, zal die verwarring op het web niet meer te duchten zijn. Ter zitting heeft verweerder aangegeven reeds over meerdere domeinnamen te beschikken, derhalve beschikt zij over een alternatief voor de huidige domeinnaam.

Recent Posts
  • 20 juni 2017

    Einde oefening voor werknemer na liegen over klantbezoek en het uiten van dreigementen

    Marion Hagenaars
    Een ontslag op staande voet is vaak wikken en wegen. Zijn de gedragingen ernstig genoeg? Kunnen de gedragingen worden bewezen? Zijn er (privé) omstandigheden die de gedragingen rechtvaardigen? Gaat het niet te ver om de werknemer loon en uitkering te ontnemen? Maar soms maakt een werknemer het zo bont dat een ontslag op staande onvermijdelijk
    Lees verder
  • 13 juni 2017

    Zelfstandig werken onder eigen voorman, toch StiPP

    Marion Hagenaars
    Voor uitleners blijft het spannend. Nederland kent dan wel geen algemene pensioenverplichting, maar via het verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten kan deze verplichting toch bestaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Ongevraagd met terugwerkende kracht aangesloten worden, over jaren premies afdragen met soms faillissement tot gevolg, dubbele pensioenvoorzieningen met alle fiscale gevolgen van dien. Het is dan
    Lees verder
  • 8 juni 2017

    Thuiswerkdag recht of gunst?

    Marion Hagenaars
    De meeste werkgevers hebben er wel begrip voor: thuiswerken om efficiënter te kunnen werken, reistijd te beperken of werk en zorg beter te kunnen combineren. Maar soms slaat de twijfel toe. Worden de overeengekomen arbeidsuren wel gemaakt? En werkt thuiswerken disfunctioneren niet in de hand? En kan bij deze twijfel de thuiswerkdag zomaar weer worden
    Lees verder

Plaats een reactie