Verzoek om publicatieverbod van het boek Herculesramp afgewezen

 in IT-recht

Op 15 juli 1996 vond een noodlottig ongeluk plaats met het militaire Hercules-vliegtuig C 130. [eiser sub 1], als GGD-verpleegkundige en [eiser sub 2], als GGD-chauffeur, beiden als ambtenaar in dienst van de gemeente Eindhoven, waren als het eerste para-medisch personeel ter plaatse aanwezig en betrokken bij de hulpverlening aan de slachtoffers van het ongeval.

Eisers hebben in de periode na de ramp hun medewerking verleend aan diverse onderzoeken, waaronder een onderzoek door een onderzoekscommissie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Afdeling Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding, met het doel de evaluatie en verbetering van rampenbestrijding in de toekomst. In het kader van dit onderzoek heeft op 5 augustus 1996 een vertrouwelijk gesprek plaatsgevonden tussen enerzijds de ingenieurs Taal en Jonkers en anderzijds de eisers.

Gedaagde is als journalist nauw bij de Herculesramp betrokken en heeft voor het Eindhovens Dagblad vanaf 15 juli 1996 verslag gedaan van de Herculesramp en de nasleep daarvan. Gedaagde is thans voornemens een boek te publiceren met de titel “Herculesramp”, waarin hij de resultaten van de verschillende (genoemd is: meer dan veertig) afzonderlijke onderzoeksrapporten, vergelijkt om daaruit tot een consistent “definitief” relaas te komen. In het boek worden eisers met naam en functie genoemd en worden meerdere passages uit het gesprek tussen eisers enerzijds en Taal en Jonkers anderzijds letterlijk weergegeven. Eisers vorderen bij de voorzieningen rechter te Den Bosch onder andere dat gedaagde zich zal onthouden van publicatie van de namen en toenamen van eisers in het te publiceren boek getiteld “Herculesramp”.

De voorzieningenrechter te Den Bosch overweegt het volgende ten aanzien van mogelijke schending van persoonlijke levenssfeer van eisers door gedaagde. Bij afweging van de beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eisers tegen het maatschappelijk belang van openheid over dat de gang van zaken, moet dat laatste belang prevaleren. Dat eisers door publicatie van het boek weer opnieuw, zoveel jaren na de ramp, geconfronteerd worden met de gebeurtenissen van toen, is voor hen natuurlijk uitermate bezwarend, maar dit belang weegt als zodanig niet op tegen het belang van de samenleving en van de nabestaanden en overlevenden van de ramp bij een zo volledig mogelijk inzicht in de handelingen, beslissingen en gebeurtenissen van destijds. Het voorgaande betekent dat op de grondslag van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van eisers geen aanleiding bestaat voor het opleggen van het door hen gevorderde publicatieverbod.

De voorzieningenrechter oordeelt verder dat met de publicatie van het boek Herculesramp niet de auteursrechten van eisers wordt geschonden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan van het gesprek van eisers met Taal en Jonkers niet worden gezegd dat de woorden waarin zij de gebeurtenissen weergeven, een eigen, oorspronkelijk karakter hebben en hun persoonlijk stempel dragen. Die bewoordingen zijn niet het resultaat geweest van scheppende menselijke arbeid waarbij creatieve keuzes zijn gemaakt. Het gesprek betreft enkel hun antwoorden op de door Taal en Jonker gestelde vragen in het kader van zakelijke informatieverschaffing. Die antwoorden betreffen openbare feiten en hun beleving van die feiten. Vanzelfsprekend zullen eisers zich beijverd hebben om die feiten zo objectief mogelijk weer te geven en hun beleving daarvan te plaatsen in hun professionele context, maar de keuzes die zij daartoe in hun woordgebruik maakten, zijn geen creatieve keuzes. De vormgeving van hun uitingen, te weten: in een interview met rapporteurs, is gebruikelijk en hun woordgebruik is zakelijk en gewoon (om in deze gevoelig liggende zaak het door de Hoge Raad in de Endstra-zaak gebezigde en gemakkelijk verkeerd te begrijpen woord ”banaal” te vermijden). Niet valt in te zien welke de eigen, subjectieve keuzes van eisers bij hun streven naar objectieve beantwoording van de aan hen gestelde vragen zijn geweest: dat waren geobjectiveerde keuzes. Voorshands kan dan ook niet worden aangenomen dat eisers een auteursrecht kunnen doen gelden op de letterlijke weergave van hun verklaringen.

Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen van eisers worden afgewezen door de voorzieningenrechter te Den Bosch.

Recente berichten
  • 2 november 2018

    Wat is eigenlijk allemaal een datalek?

    Bob Cordemeyer
    Wat is eigenlijk allemaal een datalek? Dat triggerde mij recent weer in het antwoord van de minister voor rechtsbescherming Sander Dekker, op 31 oktober 2018, op vragen van de Tweede Kamer. Hij antwoordde onder meer dat “Facebook alleen persoonsgegevens mag verwerken voor advertentiedoeleinden als de gebruiker daar helder en volledig over is geïnformeerd en daar
    Lees verder
  • 31 oktober 2018

    Journalistieke vrijheid versus bijzondere persoonsgegevens seksueel gedrag art 9 AVG

    Bob Cordemeyer
    Het televisieprogramma Undercover had aan de hand van de ervaringen van een betrokkene met een sekswerkster, waarbij een slachtoffer was opgelicht, een heimelijke opname gemaakt van de sekswerkster en een telefoongesprek van die betrokkene opgenomen met de sekswerkster. De sekswerkster zou te zien zijn in het programma, waarbij zij deels onherkenbaar was gemaakt.
    Lees verder
  • 31 oktober 2018

    Het is zover: de Autoriteit Persoonsgegevens dwingt UWV met sanctie gegevens beter te beveiligen

    Bob Cordemeyer
    Uit een persbericht van 30 oktober 2018 van de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) blijkt dat de AP het UWV een last onder dwangsom van 150.000 euro per maand met een maximum van 900.000 euro heeft opgelegd omdat het beveiligingsniveau van het werkgeversportaal niet voldoet.
    Lees verder

Plaats een reactie

Top