Wijziging BTW-regeling onderwijsdiensten

 in Ondernemingsrecht

Op 1 juli jl. is een wetswijziging ingegaan betreffende de BTW-regeling onderwijsdiensten. Tot 1 juli jl. konden bedrijven die onderwijsdiensten aanbieden (denk aan trainingen, cursussen en opleidingen), kiezen of zij deze diensten belast of vrijgesteld aanboden. Voor klanten in sectoren die de BTW niet kunnen aftrekken, zoals bepaalde overheidsinstanties, banken en verzekeraars, betekent vrijgesteld of niet – vrijgesteld in beginsel een prijsverschil van 19%.

De wetswijziging die op 1 juli jl. is ingegaan, heeft tot gevolg dat die keuzemogelijkheid voor de aanbieder van onderwijsdiensten niet meer bestaat. Onderwijsdiensten zijn niet langer vrijgesteld, tenzij sprake is van inschrijving in het zogenaamde Centraal Register Kort Beroepsonderwijs (CRKBO). Om opgenomen te kunnen worden in dit register moet de dienstverlener hetzij een vrijstelling hebben, hetzij moet er eerst een audit plaats vinden en verder heeft de onderwijsdienstverlener de SBI-code (standaard bedrijfsindeling) “85” (= onderwijs) nodig. De kamer van koophandel kan de SBI-code wijzigen. Voor informatie over het CRKBO: zie www.crkbo.nl.

De regeling gaat met onmiddellijke ingang in, maar voor de voor 1 juli jl. reeds afgesloten contracten voor onderwijsdiensten blijft het oude (gekozen) BTW regiem gelden tot 1 januari 2011. Vanaf 1 juli jl. (of 1 januari 2011 voor de reeds lopende overeenkomsten) geldt, behoudens in geval van registratie in het CRKBO, dus dat 19% BTW van toepassing is op onderwijsdiensten. Bedrijven die zich voor 1 juli jl. al hadden aangemeld voor opname in het CRKBO mogen de oude vrijstellingsregeling blijven gebruiken tot de datum van registratie in het CRKBO.

Het al of niet hebben van een vrijstelling, is voor de dienstverlener en voor diens klanten van groot belang: het gaat tot slot om – in beginsel – een prijsverschil van 19%. Ook aan de inkoopkant heeft al of niet vrijstelling consequenties: geen vrijstelling betekent BTW – aftrek voor inkoop van producten of diensten voor de betreffende onderwijsdienst; wel vrijstelling betekent ook geen aftrek aan de inkoopkant. In sommige situaties kan het interessant zijn om de onderwijsdiensten in een aparte entiteit onder te brengen.

Recent Posts
  • 20 juni 2017

    Einde oefening voor werknemer na liegen over klantbezoek en het uiten van dreigementen

    Marion Hagenaars
    Een ontslag op staande voet is vaak wikken en wegen. Zijn de gedragingen ernstig genoeg? Kunnen de gedragingen worden bewezen? Zijn er (privé) omstandigheden die de gedragingen rechtvaardigen? Gaat het niet te ver om de werknemer loon en uitkering te ontnemen? Maar soms maakt een werknemer het zo bont dat een ontslag op staande onvermijdelijk
    Lees verder
  • 13 juni 2017

    Zelfstandig werken onder eigen voorman, toch StiPP

    Marion Hagenaars
    Voor uitleners blijft het spannend. Nederland kent dan wel geen algemene pensioenverplichting, maar via het verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten kan deze verplichting toch bestaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Ongevraagd met terugwerkende kracht aangesloten worden, over jaren premies afdragen met soms faillissement tot gevolg, dubbele pensioenvoorzieningen met alle fiscale gevolgen van dien. Het is dan
    Lees verder
  • 8 juni 2017

    Thuiswerkdag recht of gunst?

    Marion Hagenaars
    De meeste werkgevers hebben er wel begrip voor: thuiswerken om efficiënter te kunnen werken, reistijd te beperken of werk en zorg beter te kunnen combineren. Maar soms slaat de twijfel toe. Worden de overeengekomen arbeidsuren wel gemaakt? En werkt thuiswerken disfunctioneren niet in de hand? En kan bij deze twijfel de thuiswerkdag zomaar weer worden
    Lees verder

Plaats een reactie