In het buitenland woonachtige zieke werknemer

 In Arbeidsrecht

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch bepaalde onlangs dat een in het buitenland woonachtige werknemer geen deskundigenverklaring nodig heeft om een loonvordering in te stellen op grond van artikel 7:629a BW. Van werknemers die in het buitenland wonen mag niet verwacht worden dat zij naar Nederland komen om zich daar door een bedrijfsarts te laten onderzoeken.

Feiten

De zaak speelde tussen een Nederlandse werkgever en een in Duitsland wonende werkneemster. De werkneemster verrichtte haar werkzaamheden in Nederland. Op de arbeidsovereenkomst was Nederlands recht van toepassing.

De werkneemster heeft zich per 27 juni 2011 ziek gemeld. De werkgever heeft de werkneemster vervolgens herhaaldelijk opgeroepen om bij de bedrijfsarts te verschijnen, overeenkomstig het door de werkgever gehanteerde verzuimprotocol. De werkneemster is desondanks niet verschenen. Daarop heeft de werkgever begin oktober 2011 de loondoorbetaling opgeschort.

De werkneemster vordert in kort geding doorbetaling van het loon. De werkneemster heeft daarbij een aantal arbeidsongeschiktheidsverklaringen van haar arts uit Duitsland overgelegd. Onder Nederlands recht heeft een werknemer voor het succesvol kunnen instellen van een dergelijke loonvordering echter een deskundigenverklaring nodig van het UWV, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:629a lid 1 BW. De door de werkneemster ingebrachte Duitse verklaringen voldeden daarom niet. De kantonrechter verklaarde de werkneemster niet-ontvankelijk.

Hof

Het vereiste dat een deskundigenverklaring uit het land waarin gewerkt wordt moet worden overgelegd acht het Hof in strijd met het Europees recht, voor zover de werknemer in het buitenland woont. Het Hof verwijst daarbij naar de strekking van de Europese verordening betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels. Deze verordening bevat voorschriften om de sociale zekerheidsstelsels van de Europese lidstaten beter op elkaar aan te laten sluiten, om zo het vrije verkeer van werknemers te bevorderen. In de toepassingsverordening wordt bepaald dat als de werknemer een bewijs moet overleggen om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, de werknemer mag volstaan met een bewijs van een arts uit het land van zijn woonplaats. Het doel hiervan is om bewijsmoeilijkheden voor de werknemer te voorkomen. Het Hof acht het doel en de strekking van deze regels eveneens van toepassing als het gaat om een vordering tot doorbetaling van het loon in geval van ziekte. Het Hof komt tot het oordeel dat de kantonrechter de werkneemster ontvankelijk had moeten verklaren.

Eenzelfde redenering hanteert het Hof bij de vraag of werkgevers van zieke werknemers mogen verwachten dat zij naar Nederland komen om zich daar door een bedrijfsarts te laten onderzoeken. Het Hof oordeelt dat werkgevers genoegen moeten nemen met verklaringen van artsen uit het land waar de werknemer woont. Deze verklaringen van artsen uit het buitenland bevatten vaak niet de informatie die werkgevers gewend zijn van een deskundigenverklaring zoals die wordt gegeven door het UWV. Zolang uit de verklaring blijkt dat de werknemer al dan niet arbeidsongeschikt is, moet de werkgever hier toch genoegen mee nemen.

Conclusie

Moeten werkgevers dan zomaar alle verklaringen accepteren van elk type ‘arts’? Nee, dit is zeker niet het geval. Werkgevers die werken met werknemers die in het buitenland wonen kunnen hier op anticiperen. Zo kan in het verzuimprotocol een bepaald type arts worden voorgeschreven, bijvoorbeeld de plaatselijke bedrijfsarts. Ook kunnen instructies worden gegeven over welke informatie de deskundigenverklaring minimaal moet bevatten. Daarbij geldt als voorwaarde dat dergelijke voorschriften niet extra bezwarend voor de werknemer mogen zijn. Het is zaak dit vooraf goed vast te leggen. Doet de werkgever dit niet, dan kan de werknemer achteraf niet worden tegengeworpen dat in het woonland een ander soort verklaring wordt verstrekt dan de werkgever gewend is.

Recent Posts
  • 2 juni 2026

    We noemen het HaaS, want dan is het geen HuuR. Of toch wel..?

    Hanneke Slager
    Hardware als dienst HaaS (hardware as a service) en varianten daarop, zoals DaaS (device as a service), zijn populaire vormen van het beschikbaar stellen van hardware. Van zware servers tot laptops, tablets, smart phones, netwerkapparatuur en PC’s en alle andere IT “spullenboel” daartussenin (ik noem dat hierna gemakshalve allemaal “hardware”). Met “as a service” wordt
    Read More
  • 28 april 2026

    Nieuwsbrief april 2026

    Hanneke Slager
    Woord vooraf  De laatste tijd zien we veel nieuwe ontwikkelingen die impact hebben op de IT-sector. Er is in korte tijd veel nieuwe wetgeving gekomen en we zien een toenemende dreiging van cyberaanvallen, waarbij hackers steeds geraffineerder te werk gaan en maximaal gebruik maken van de mens als ‘zwakste schakel’. Als gevolg hiervan hebben we
    Read More
  • 14 april 2026

    De zorgplicht van de IT-leverancier onder de loep: het vervolg bij de Hoge Raad

    Joar Spangenberg
    Op 13 maart 2026 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de zaak GAC/Verano c.s. De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten van GAC, waarmee het oordeel van het Hof ’s-Hertogenbosch definitief in stand blijft. Een relevante uitspraak voor de IT-praktijk. Wat was de kern van de zaak? Het geschil draaide om de implementatie van een
    Read More

Leave a Comment

Top