Aangepast scholingssysteem OR-leden

 in Arbeidsrecht

Scholing en vorming van OR-leden zal strikt worden gemonitord en er wordt een certificeringsregeling opgesteld.
Ter bevordering van medezeggenschap binnen ondernemingen is er een aantal wetswijzigingen van de WOR aangenomen. Een van de wetswijzigingen ziet op het belang van goede scholing van OR-leden ten behoeve van de kwaliteit van medezeggenschap en het functioneren van de onderneming. De Commissie Bevordering Medezeggenschap (“CBM”) zal de scholing en vorming van OR-leden gaan monitoren. De SER richt daarnaast de Stichting Certificering Opleidingen Ondernemingsraden op. Deze stichting gaat zich onder meer bezighouden met de uitgifte van certificaten aan opleidingsinstituten die zich richten op het opleiden van OR-leden. Komend najaar worden er door de CBM richtbedragen vastgesteld voor scholing. Deze richtbedragen houden geen wettelijke norm in, maar vormen een richtsnoer voor wat redelijke kosten per dagdeel zijn voor voldoende kwalitatieve scholing en vorming van OR-leden. De mogelijkheid van het vaststellen van deze bedragen wordt vastgelegd in artikel 22 van de WOR. Hiermee wordt de financieringsplicht van werkgevers voor scholing explicieter geregeld. Het nieuwe scholingssysteem komt in de plaats van het huidige systeem.

Op dit moment betalen ondernemers nog een percentage van de bruto loonsom via de Belastingdienst aan de SER. De SER bekostigt hiermee het Gemeenschappelijk Begeleidingsinstituut Ondernemingsraden (GBIO). Het GBIO verstrekt vervolgens subsidies aan ondernemingen die hun OR-leden scholing laten volgen bij één van de door het GBIO gecertificeerde scholingsinstellingen. Deze zogenaamde WOR-heffing wordt nu afgeschaft. Ondernemers dienen de volledige kosten voor scholing en vorming rechtstreeks te betalen aan het opleidingsinstituut. Voor OR-leden en ondernemer betekent het richtbedrag een helder aanknopingspunt bij het bespreken van een scholingsprogramma en opleidingsbudget. Het is aannemelijk dat het vernieuwde scholingssysteem onduidelijkheden over de financiële invulling van het scholingsprogramma zo veel mogelijk zal voorkomen.

Recent Posts
  • 26 april 2018

    Moet aanzeggen nu wél of niet schriftelijk?

    Marion Hagenaars
    Het lijkt zo eenvoudig: de werkgever informeert de werknemer schriftelijk uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Doet hij dit niet, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd. Waarom ontstaat er dan toch zo vaak discussie tussen werkgever en
    Lees verder
  • 19 maart 2018

    Wie bepaalt noodzaak en inhoud verbetertraject: werkgever of medewerker?

    Marion Hagenaars
    Voor de HR-professional een bekend verschijnsel: disfunctioneren. Met de aantrekkende arbeidsmarkt waardoor het vinden van geschikte kandidaten een uitdaging is, is de disfunctionerende medewerker voor de HR-professional een belangrijk agendapunt. Dit geldt zeker binnen de IT-branche. Maar wie bepaalt of een verbetertraject noodzakelijk is? En waar moet een goed verbetertraject aan voldoen?
    Lees verder
  • 13 maart 2018

    De HR professional en privacy – Deel VII: persoonsgegevens delen met derden

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Personeelsgegevens die u als werkgever verkregen heeft, mag u niet zomaar doorgeven aan personen of instanties buiten uw organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, het UWV, het pensioenfonds of uw advocaat. Verstrekken van personeelsgegevens aan derden Als werkgever verwerkt u persoonsgegevens en daarop is de AVG van toepassing. U bent dan verwerkingsverantwoordelijke en dat
    Lees verder

Plaats een reactie