Aanpassing boetebeleid bij registratieplicht voor zelfstandigen

 in Arbeidsrecht

Sinds 1 juli 2012 dienen alle ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen aan derden zich te registreren. Deze registratieplicht bestaat uit een administratieve handeling bij de Kamer van Koophandel. Op het in strijd handelen met deze plicht is een boete gesteld van € 12.000,- per werknemer. 

Deze verplichting is neergelegd in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Het doel van de registratieplicht is vergroting van de transparantie van de uitzendmarkt. Bij de invoering van de registratieplicht is aangesloten bij de definitie van uitlener in de Waadi. Dit betekent dat iedereen die arbeidskrachten ter beschikking stelt, zich moet registreren, dus niet alleen de uitzendbureaus in strikte zin. Voor deze ruime definitie is gekozen om ontduiking van de registratieplicht via schijnconstructies te voorkomen. De gehanteerde definitie van terbeschikkingstelling betekent dat ook een zelfstandige die zijn of haar activiteiten in een BV heeft ondergebracht en zich uitleent aan derden onder deze verplichting kan vallen. Dit is het geval wanneer hij of zij de werkzaamheden uitvoert onder leiding en toezicht van de inlener. Wanneer dat het geval is, is niet altijd duidelijk. Om het zekere voor het onzekere te nemen en een hoge boete te voorkomen, registreren veel zelfstandigen zich bij de Kamer van Koophandel. In sommige gevallen betekent dit niet alleen een onnodige administratieve last, ook bestaat de kans dat StiPP op de stoep staat om te controleren of de zelfstandige onder het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds voor de uitzendbranche valt.

Deze ongewenste bijkomstigheid wil de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid opvangen door de beleidsregels boeteoplegging Waadi zo aan te passen dat er in beginsel – uitzonderingen daargelaten – geen boete wordt opgelegd aan zelfstandigen die zich niet hebben geregistreerd. Er wordt in dat geval ook geen boete opgelegd aan de inlenende partij, voor wie normaalgesproken ook de boete zou gelden. De minister kiest er nu nog expliciet voor om het boetebeleid aan te passen, zonder de uitzondering in de wet op te nemen. De minister wenst de komende twee jaar eerst te onderzoeken of er geen misbruik zal worden gemaakt van deze beleidswijzing, alvorens de wet erop aan te passen.

De aanpassing is goed nieuws voor zelfstandigen die zich uitlenen. Vanzelfsprekend is het raadzaam om zorgvuldig te onderzoeken of deze uitzondering daadwerkelijk van toepassing is, omdat in voorkomende gevallen, aldus de minister, toch sprake kan zijn van een registratieplicht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een zelfstandige een collega-zelfstandige voor werkzaamheden bij een derde voordraagt en die werkzaamheden onder leiding en toezicht van die derde worden verricht.

 

Recent Posts
  • 11 augustus 2017

    Hoge bomen…stellen hun eigen verbeterplan op…

    Marion Hagenaars
    Niet alle rechters zijn het met elkaar eens, maar deze rechter is in ieder geval van oordeel dat een werkneemster verantwoordelijk is voor haar eigen verbeterplan. Wanneer is ontslag vanwege disfunctioneren mogelijk? Er moet natuurlijk sprake zijn van disfunctioneren. Maar daarnaast moet de werknemer hiervan tijdig in kennis zijn gesteld, moet de werknemer in voldoende
    Lees verder
  • 3 augustus 2017

    De Curator en de Cloud; IT takes 2 to tango

    Hanneke Slager
    Op 1 juli 2017 is de Wet versterking positie curator (voluit: de Wet van 22 maart 2017 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met de versterking van de positie van de curator) in werking getreden. Wat dat met een IT-leverancier zoals een leverancier van cloud diensten te maken heeft? Niet zoveel als geen van
    Lees verder
  • 2 augustus 2017

    IT – contract tussentijds opzeggen: kan dat nu wel of niet? Een link tussen golf en IT – contracten

    Hanneke Slager
    Een golfclub en een onderneming die de administratie voert voor diverse golfverenigingen hadden een “samenwerkingsovereenkomst” gesloten voor het verzorgen van de ledenadministratie. Die overeenkomst was voor een bepaalde vaste duur van 2 jaar aangegaan met stilzwijgende verlenging; indien een van beide partijen de verlenging niet wilde, kon opgezegd worden met inachtneming van een termijn van
    Lees verder

Plaats een reactie