Apple vs Samsung: 1-0 of toch 0-1?

 in IT-recht

De uitkomst van het kort geding dat Apple heeft aangespannen tegen Samsung is dat Samsung vanaf 13 oktober 2011 geen Galaxy S, S II en Ace smartphones meer mag verkopen in, of importeren naar, Nederland. Hiermee lijkt Apple vooralsnog de grote winnaar maar schijn kan bedriegen. De zaak is waarschijnlijk bij iedereen bekend: Technologiebedrijf Apple heeft concurrent Samsung in kort geding voor de rechter gedaagd en onder andere geëist dat deze de verkoop van een aantal op I-Phone en I-Pad lijkende producten zou staken. De grondslagen voor deze vordering waren patentinbreuk, inbreuk op auteursrecht, inbreuk op modelrechten en slaafse nabootsing door Samsung. Volgens de rechter schendt Samsung inderdaad één octrooi van Apple. De rechter verbiedt daarom de import van een aantal Galaxy-smartphones naar Nederland, maar staat de import van de Samsung tablets wel toe omdat dit octrooi niet wordt gebruikt in de tablets.

Het octrooi in kwestie gaat over de manier waarop een fotogalerij in Android 2.3 via touch screen wordt bediend. Geen wezenlijke functie, er zijn immers vele alternatieve manieren denkbaar waarop dit mogelijk is. Volgens Samsung is het mogelijk om, door middel van een upgrade van het besturingssysteem, haar smartphones zo aan te passen dat van een inbreuk niet langer sprake is. Deze upgrade kan volgens Samsung op korte termijn worden uitgevoerd waardoor ze geen last zal hebben van het invoerverbod en verkoopverbod.

De echte klappen lijken daarom gevallen te zijn in de hoek van Apple. De vorderingen van Apple op grond van het modellenrecht zijn namelijk afgewezen.  Dit houdt in dat de minimalistische vormgeving van de Apple producten volgens de rechter niet beschermd wordt door het modelrecht, althans de beschermingsomvang van een minimalistisch ontwerp wordt door de rechter zeer gering geacht:

(r.o. 4.54) Ten aanzien van het door Apple gestelde aantrekkelijke “minimalistisch” of “strak” vormgegeven uiterlijk overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende. Ontegenzeggelijk is het in de huidige tijd een trend om producten een “minimalistisch” uiterlijk te geven. Dit ziet er in veel gevallen ook fraai uit, zoals bij de iPad. Gelet op dat fraaie uiterlijk zal er dan een neiging kunnen zijn om aan dergelijke modellen een ruime bescherming te verlenen. Niettemin moet in het achterhoofd worden gehouden dat “minimalistisch” vormgeven in feite betekent dat het ontwerp zoveel mogelijk de contouren volgt zoals deze door de techniek en ergonomie van het apparaat worden gedicteerd. (…) Een modelrecht op een “minimalistisch” ontwerp bergt zodoende inherent het probleem in zich dat concurrenten in feite gedwongen worden om minder optimale keuzes te maken (lees: zij moeten feitelijk onnodige franje aan hun ontwerp toevoegen om buiten de bescherming van het model te blijven), hetgeen een concurrentievoordeel oplevert voor een modelhouder die (toevallig) zijn concurrenten de loef af stak met registratie van een model voor een bepaald segment producten, zoals de tablet computer. Dat concurrentievoordeel is vanuit modelrechtelijk oogpunt ongerechtvaardigd omdat het niet zozeer een gevolg is van ontwerpersarbeid als wel een gevolg van het feit dat de betrokken houder als eerste het (nauwsluitende) uiterlijk van een nieuw segment producten weet te registreren. Dit betekent wellicht niet dat het model ongeldig is maar wel dat de daaraan te verlenen bescherming niet groot mag zijn en beperkt moet zijn tot de werkelijke ontwerpelementen van het model. Dat is lastig omdat juist bij een “minimalistisch” of “strak” vormgegeven model de algemene indruk van het uiterlijk nu juist op verregaande wijze bepaald wordt door de techniek en praktische/ergonomische overwegingen. Niettemin moet er geabstraheerd worden van de elementen van het model die niet beschermbaar zijn omdat deze technisch of anderszins praktisch/ergonomisch bepaald zijn.

Apple vs SamsungMet deze passage in het achterhoofd is het jammer dat de rechter niet is toegekomen aan een behandeling van de vermeende slaafse nabootsing van de Apple producten door Samsung. Dit zou namelijk betekenen dat de rechter zou moeten beoordelen in hoeverre Samsung kon afwijken van de vormgeving van Apple maar dit heeft nagelaten waardoor de Samsung producten onnodig lijken op de Apple producten. Ik kan me voorstellen dat, juist bij een minimalistisch design, het zeer belangrijk is om, in ieder geval daar waar mogelijk, af te wijken van het model van de concurrent.

In Duitsland loopt nu nog een procedure voor een importverbod voor de rest van Europa en in Nederland heeft Apple de mogelijkheid om het vonnis in hoger beroep aan te vechten of om een bodemprocedure te starten. Kortom, het laatste is over deze kwestie nog niet gezegd en een 0-1 voorsprong is niet per definitie een gewonnen wedstrijd.

Lees het vonnis hier.

Recent Posts
  • 11 augustus 2017

    Hoge bomen…stellen hun eigen verbeterplan op…

    Marion Hagenaars
    Niet alle rechters zijn het met elkaar eens, maar deze rechter is in ieder geval van oordeel dat een werkneemster verantwoordelijk is voor haar eigen verbeterplan. Wanneer is ontslag vanwege disfunctioneren mogelijk? Er moet natuurlijk sprake zijn van disfunctioneren. Maar daarnaast moet de werknemer hiervan tijdig in kennis zijn gesteld, moet de werknemer in voldoende
    Lees verder
  • 3 augustus 2017

    De Curator en de Cloud; IT takes 2 to tango

    Hanneke Slager
    Op 1 juli 2017 is de Wet versterking positie curator (voluit: de Wet van 22 maart 2017 tot wijziging van de Faillissementswet in verband met de versterking van de positie van de curator) in werking getreden. Wat dat met een IT-leverancier zoals een leverancier van cloud diensten te maken heeft? Niet zoveel als geen van
    Lees verder
  • 2 augustus 2017

    IT – contract tussentijds opzeggen: kan dat nu wel of niet? Een link tussen golf en IT – contracten

    Hanneke Slager
    Een golfclub en een onderneming die de administratie voert voor diverse golfverenigingen hadden een “samenwerkingsovereenkomst” gesloten voor het verzorgen van de ledenadministratie. Die overeenkomst was voor een bepaalde vaste duur van 2 jaar aangegaan met stilzwijgende verlenging; indien een van beide partijen de verlenging niet wilde, kon opgezegd worden met inachtneming van een termijn van
    Lees verder

Plaats een reactie