Atos moet bonus toch betalen

 in Arbeidsrecht

Totaal 31 werknemers starten een kort geding tegen hun werkgever Atos. Inzet: uitbetaling van de bonus. Atos verweert zich met een beroep op haar discretionaire bevoegdheid, de redelijkheid en billijkheid en onvoorziene omstandigheden. Tevergeefs.

Werkgevers laten hun werknemers vaak meedelen in behaalde resultaten door het uitkeren van bonussen. Tegelijkertijd willen werkgevers de mogelijkheid hebben om van uitkering af te zien. Bijvoorbeeld omdat de overall bedrijfsresultaten tegenvallen, werknemers ziek zijn, uit dienst treden, zich misdragen et cetera. Hiertoe nemen werkgevers een discretionaire bevoegdheid op in de bonusregeling. Zij behouden zich dan het recht voor om niet tot uitkering over te gaan. Deze bevoegdheid strandt echter met regelmaat. Zo ook bij Atos. Wat was er aan de hand?

Op de betreffende werknemers is een incentiveplan van toepassing. Hierin worden collectieve en individuele doelen vastgesteld. Als deze doelen worden behaald, wordt een halfjaarlijkse bonus uitgekeerd. In het incentiveplan staat – volgens Atos – een discretionaire bevoegdheid. Ten eerste betekent het feit dat aan de bonusregeling wordt deelgenomen niet dat de deelnemer in navolgende perioden bonussen zal blijven ontvangen of in toekomstige jaren deelnemer aan de regeling zal blijven. Ten tweede moet om de bonus te mogen betalen toestemming zijn verkregen van de CFO/CEO.

Kort nadat de financiële doelstellingen voor H2 2016 per deelnemer zijn vastgesteld, heeft Atos de Centrale Ondernemingsraad laten weten dat deze bonus niet wordt uitgekeerd. De werknemers zijn op de hoogte gesteld tijdens een conference call en bij e-mail. Verwezen is naar de bedrijfseconomische situatie van Atos. Ter compensatie heeft een deel van de werknemers een extra eindejaarsuitkering ontvangen. De bonus wordt alsnog uitgekeerd als de voorzichtige positieve ontwikkeling in de omzet en winst van Atos zich over heel 2017 voortzet.

Van een discretionaire bevoegdheid is echter geen sprake, aldus de rechter. De regeling in het incentiveplan mag Atos niet naar eigen inzicht gebruiken om al dan niet de bonus toe te kennen. Door het vaststellen van de financiële doelstellingen voor H2 2016 heeft Atos haar werknemers te kennen gegeven dat zij in aanmerking zouden komen voor een bonus. Het incentiveplan zegt hooguit iets over verwachtingen voor de toekomst. Toestemming van de CFO/CEO voor betaling is bovendien binnen vrijwel iedere organisatie algemeen gangbaar en duidt ook niet op een discretionaire bevoegdheid.

Omdat de regeling al is toegepast (door het vaststellen van de financiële doelstellingen) is ook een eenzijdige wijziging van de bonusregeling voor H2 2016 niet aan de orde. Mogelijk biedt dit wel uitkomst voor de toekomst. Tot slot biedt het beroep op de redelijkheid en billijkheid en onvoorziene omstandigheden ook geen oplossing voor Atos. In 2016 is immers een positief resultaat behaald en er was al langer sprake van een neergaande lijn. Atos moet de bonussen uitkeren.

Kortom: een discretionaire bevoegdheid dient heel zorgvuldig te worden geformuleerd zodat er geen misverstand over kan bestaan onder welke omstandigheden de werkgever bevoegd is om te besluiten om geen bonus uit te keren. Dit besluit moet de eisen van goed werkgeverschap kunnen doorstaan.
Wordt de bonusregeling eenmaal uitgevoerd, dan kan de werkgever hier niet halverwege de uitvoering zomaar op terugkomen. En vergeet natuurlijk ook de ondernemingsraad niet. Dus bezint eer ge begint..

Recent Posts

Plaats een reactie