Bewaarplicht internet service providers verkort

 in IT-recht

De Eerste Kamer heeft ingestemd met een verkorte bewaarplicht voor Internet Service Providers (ISP’s) en telecombedrijven. Vanaf zaterdag 16 juli 2011 zijn deze bedrijven verplicht gegevens over het gebruik van e-mail, internet, telefonie zes maanden op te slaan in plaats van 12 maanden. Eerder was deze termijn 12 maanden maar een groot deel van de Eerste Kamer heeft vraagtekens gezet bij de noodzaak en de effectiviteit van een bewaarplicht van 12 maanden.  De Eerste Kamer besloot uiteindelijk dat het voldoende was om te voldoen aan het minimum dat de Europese Commissie stelt voor het bewaren van online data. Dat minimum is, volgens artikel 6 van de Dataretentierichtlijn, zes maanden.

De bewaarplicht houdt in dat ISP’s en telecombedrijven verplicht zijn alle gegevens en data betreffende de communicatie over hun netwerk (zoals e-mail, bel en internetgedrag) voor een periode van zes maanden op te slaan. Veel organisaties zien dit als een inbreuk op de privacy van Europese burgers. Daarnaast wordt er door veel personen en organisaties getwijfeld aan de noodzaak en de effectiviteit van de maatregel. Men kan zichzelf volgens mij met recht de vraag stellen of een van de voornaamste doelstellingen van de Dataretentierichtlijn, “het harmoniseren van de aan aanbieders opgelegde verplichtingen inzake het bewaren van sommige gegevens en het waarborgen dat die gegevens beschikbaar zijn voor het onderzoeken, opsporen en vervolgen van zware criminaliteit (…)”, moet worden behaald door simpelweg eenieder zijn gegevens te laten bewaren. Zware (computer) criminelen weten, in tegenstelling tot 99,9% van de internetgebruikers, immers heel goed hoe hun digitale sporen te wissen.

Teun Burgers

Recente berichten

Plaats een reactie

Top