Blijven oppassen met AdWords

 in IT-recht

Het blijft oppassen met het gebruik van merken van een concurrent als AdWords, zo bleek maar weer eens uit een recent vonnis van de voorzieningenrechter te Leeuwarden. Adverteren door gebruik te maken van de merknaam van een concurrent is effectief  maar hieraan kan een prijskaartje hangen als de hierbij behorende regels worden overtreden.

Google AdwordsAdWords is de advertentiedienst van Google. Hiermee kan men trefwoorden (Adwords) selecteren. Wanneer deze trefwoorden overeenkomen met een of meer woorden die deel uitmaken van een Google zoekopdracht dan verschijnt een advertentielink.  Bij de advertentielink staat een korte reclameboodschap. Deze link en deze boodschap vormen samen een in Google getoonde advertentie.

Ondanks de duidelijke rechtspraak over dit onderwerp gaan er nog dagelijks ondernemingen in de fout door de merknaam van de concurrent op een niet toegestane wijze als Adword te gebruiken. Aan de hand van onderstaande zaak zullen in dit artikel de wettelijke regels nog eens worden nagelopen.

De Scheidingsplanner is een onderneming die zich bezig houdt met, de naam zegt het al, het geven van advies in verband met de beëindiging van relaties. Het Scheidingskantoor is een concurrent van de Scheidingsplanner, het Scheidingskantoor begeleidt net zoals de Scheidingsplanner echtscheidingsprocedures.

De Scheidingsplanner is een grote speler op deze markt en heeft diverse woord- en beeldmerken gedeponeerd in het Benelux Merkenregister. Het Scheidingskantoor heeft de naam ‘Scheidingsplanner’ gebruikt als Adword. De Scheidingplanner heeft als reactie hierop, onder andere, in een kort geding gevorderd dat het Scheidingskantoor dit gebruik staakt en gestaakt houdt.

Ten aanzien van het gebruik van een merk van een ander als AdWord hebben de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 23 maart 2010 (Google AdWords) en 8 juli 2010, C-558/08 (Portakabin/Primakabin) als uitgangspunt te gelden.

Op grond deze uitspraken is de houder van een merk gerechtigd een adverteerder te verbieden om op basis van een trefwoord dat gelijk is aan of overeenstemt met dat merk en dat door de adverteerder zonder toestemming van deze houder is geselecteerd in het kader van een zoekmachine-advertentiedienst op internet (in dit geval Google AdWords), reclame te maken voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven, wanneer de reclame het voor de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder of van een derde.

Beoordeeld moet worden of het Scheidingskantoor zonder toestemming van De Scheidingsplanner adverteert of heeft geadverteerd met een trefwoord dat gelijk is aan of overeenstemt met een merk van De Scheidingsplanner en zo ja, of dit gebruik ook verwarring oplevert.

Het tweede element, het verwarringgevaar, is nu juist waar de crux zit. Adverteren met een trefwoord dat gelijk is aan of overeenstemt met een merk van een anders is pas onrechtmatig wanneer dit verwarring oplevert. Van verwarring is, volgens bovenstaande rechtspraak, sprake wanneer de advertentie die zichtbaar wordt als gevolg van het gebruik van een zoekwoord dat overeenstemt met het merk van een ander, het de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt te weten of de diensten waarop de advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder van een derde.

Het Scheidingskantoor maakte een aantal fouten waardoor dit onderscheid inderdaad moeilijk, zo niet onmogelijk gemaakt kon worden. In de advertentie van het Scheidingskantoor stond allereerst het woord ‘Scheidingsplanner’ vetgedrukt afgebeeld. Daarnaast werden op de website van het Scheidingskantoor, waar de advertentie naar verwees, de woorden ‘de Scheidingsplanner’, ‘Scheidingsplanner’ en ‘Scheidingsplan’ gebruikt. Logischerwijs, en in lijn met eerdere rechtspraak op dit punt, was de rechter van oordeel dat de advertentie verwarring opwekte.

De vorderingen van de Scheidingsplanner werden daarom toegewezen, daarbij werd het Scheidingskantoor ook nog veroordeeld om, op grond van artikel 1019h Rv, de volledige proceskosten van de Scheidingsplanner te vergoeden. Deze werden vastgesteld op  een bedrag van € 13.196,98. Dure advertenties dus.

Recent Posts
  • 13 december 2017

    e-Privacy Verordening: wat verandert er?

    Bob Cordemeyer
    10 januari 2017 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een herziening van de bestaande e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG). Met de invoering van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (Verordening (EU) 2016/679), die 25 mei 2018 in werking treedt, wordt hiermee een belangrijke stap gezet voor de hervorming en uniformiteit van de regelgeving voor gegevensbescherming. Het streven van
    Lees verder
  • 14 december 2017

    Wijzigingen 2018 & het regeerakkoord voor HR

    Marion Hagenaars
    Nieuwe uitdagingen voor HR in 2018. Ook in 2018 krijgt HR weer te maken met nieuwe wet-en regelgeving. Via deze blog informeren we je over de belangrijkste wijzigingen. 2018 De volgende wijzigingen voor 2018 zijn voor HR van belang: Transitievergoeding De transitievergoeding bedraagt in 2018 maximaal € 79.000,- bruto of – indien hoger – een
    Lees verder
  • 29 november 2017

    Ondernemingsraden let op met privacy!

    Marion Hagenaars
    Ondernemingsraden vervullen een belangrijke rol met betrekking tot privacy. Elk besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een regeling omtrent het verwerken en/of beschermen van persoonsgegevens is namelijk instemmingsplichtig. Dit betekent dat de ondernemer om een dergelijk besluit te kunnen nemen óf instemming nodig heeft van de ondernemingsraad óf vervangende instemming van de kantonrechter.
    Lees verder

Plaats een reactie