Blijven oppassen met het leerstuk ‘verzuim’

 in Ondernemingsrecht

Dat contractspartijen zich niet altijd bewust zijn van de werking van het leerstuk ‘verzuim’ blijkt weer uit een recente uitspraak van de rechtbank Utrecht. In deze zaak was de rechtbank, in lijn met eerdere jurisprudentie over dit leerstuk, van mening dat voor de ontbinding van een overeenkomst en het vorderen van schadevergoeding door de opdrachtgever geen juridische basis was vanwege het ontbreken van ‘verzuim’ aan de zijde van de opdrachtnemer.

Wat is verzuim?

Voordat deze casus besproken wordt eerst in het kort het leerstuk verzuim: Een overeenkomst brengt verplichtingen voor partijen met zich mee. Wanneer een partij zijn verplichtingen niet nakomt, kan haar wederpartij in beginsel de overeenkomst ontbinden en/of schadevergoeding vorderen.

Maar, voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaan deze mogelijkheden pas, wanneer de schuldenaar in verzuim verkeert (art. 6:265 lid 2 BW en art. 6:74 lid 2 BW). Verzuim treedt in, wanneer de schuldenaar in gebreke is gesteld door middel van een schriftelijke aanmaning, waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft (art. 6:82 lid 1 BW).

Verzuim kan ook intreden zonder ingebrekestelling. Bijvoorbeeld wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft of wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten.

Wat speelde er?

De procedure bij de rechtbank Utrecht was aanhangig gemaakt door een eenmanszaak die aan het ICT-bedrijf I-Aspect opdracht had gegeven om zogenaamde EVC-Online software aan te passen en te verbeteren. Het project werd in twee delen opgesplitst. Er werd een eerste offerte uitgebracht voor de ontwikkeling en verbetering van vier blokken en vervolgens een offerte voor de ontwikkeling en verbetering van de zeven resterende blokken. In de eerste offerte werd aangegeven dat één blok ongeveer anderhalve week in beslag zou nemen maar tijdens het project werd duidelijk dat dit niet haalbaar was. In de tweede offerte werd opgenomen dat het gehele systeem volledig operationeel werd opgeleverd voor 1 februari 2011.

De software werd echter niet volledig operationeel opgeleverd per 1 februari 2011. De eenmanszaak heeft daarom facturen van I-Aspect niet voldaan en partijen hebben getracht tot een oplossing te komen. Aangezien er geen oplossing werd gevonden heeft de advocaat van de eenmanszaak de overeenkomst vervolgens ontbonden en I-Aspect aansprakelijke gesteld voor de door de eenmanszaak geleden schade. I-Aspect was echter nooit ingebreke gesteld door de eenmanszaak.

In de procedure moet daarom de vraag of I-Aspect met betrekking tot de oplevering van de software in verzuim verkeert worden beantwoord. Zoals aangegeven is dit een voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding of om tot ontbinding over te gaan.

Wat betreft het overschrijden van uitvoertijd van anderhalve week per blok is de rechtbank van mening dat er sprake is van een inschatting en dat er geen fatale termijn is overeengekomen. Daarbij oordeelt de rechtbank dat de eenmanszaak na de afronding van de eerste blokken al op de hoogte was van het feit dat ontwikkeling langer dan anderhalve week in beslag nam. In lijn met jurisprudentie over dit onderwerp is de rechtbank verder van mening dat de ontwikkeling en aanpassing van software een traject is waarbinnen samenwerking tussen de betrokken partijen is vereist. Dit brengt met zich mee dat een dergelijk traject dikwijls gaandeweg wordt aangepast waardoor het in beginsel niet past om uit te gaan van fatale termijnen.

Wat betreft de opleverdatum in de tweede offerte oordeelt de rechtbank anders, de opleverdatum van 1 februari 2011 is wel een fatale termijn. Echter, na het verstrijken van deze termijn heeft de eenmanszaak ingestemd met het voorzetten van de werkzaamheden door I-Aspect en zodoende haar rechtspositie ondermijnd. In de woorden van de rechtbank:

Onder deze omstandigheden heeft [eiser] bij I-Aspect het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hij zijn aanspraak op levering per 1 februari 2011 niet meer geldend zou maken, zodat hij zijn recht heeft verwerkt om zich erop te beroepen dat I-Aspect vanaf 1 februari 2011 in verzuim is met de oplevering van EVC Online, zoals gespecificeerd in de offerte van 16 november 2010.

Hieruit volgt dat de aanmaning (…) er niet toe heeft geleid dat I-Aspect in verzuim is geraakt, zodat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden. Er zijn dus geen ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan en [eiser] heeft geen recht op schadevergoeding op de voet van artikel 6:277 BW.

Uit de uitspraak blijkt maar weer dat het van belang is dat zowel opdrachtnemer als opdrachtgever zich bewust zijn van de aard van hun afspraken. Bovenal wordt bevestigd dat een fatale termijn zijn fatale karakter kan verliezen wanneer er niet naar wordt gehandeld. Zoals de eenmanszaak op pijnlijke wijze duidelijk is geworden.

Recent Posts
  • 13 december 2017

    e-Privacy Verordening: wat verandert er?

    Bob Cordemeyer
    10 januari 2017 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een herziening van de bestaande e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG). Met de invoering van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (Verordening (EU) 2016/679), die 25 mei 2018 in werking treedt, wordt hiermee een belangrijke stap gezet voor de hervorming en uniformiteit van de regelgeving voor gegevensbescherming. Het streven van
    Lees verder
  • 14 december 2017

    Wijzigingen 2018 & het regeerakkoord voor HR

    Marion Hagenaars
    Nieuwe uitdagingen voor HR in 2018. Ook in 2018 krijgt HR weer te maken met nieuwe wet-en regelgeving. Via deze blog informeren we je over de belangrijkste wijzigingen. 2018 De volgende wijzigingen voor 2018 zijn voor HR van belang: Transitievergoeding De transitievergoeding bedraagt in 2018 maximaal € 79.000,- bruto of – indien hoger – een
    Lees verder
  • 29 november 2017

    Ondernemingsraden let op met privacy!

    Marion Hagenaars
    Ondernemingsraden vervullen een belangrijke rol met betrekking tot privacy. Elk besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een regeling omtrent het verwerken en/of beschermen van persoonsgegevens is namelijk instemmingsplichtig. Dit betekent dat de ondernemer om een dergelijk besluit te kunnen nemen óf instemming nodig heeft van de ondernemingsraad óf vervangende instemming van de kantonrechter.
    Lees verder

Plaats een reactie