Bonusbeding in IT overeenkomst

 in IT-recht

Onlangs heeft het gerechtshof Amsterdam een arrest gewezen over de uitleg van een bonusbepaling in een overeenkomst van opdracht voor het implementeren van software. Centraal staat de vraag wanneer voldaan is aan de voorwaarden om tot uitkering van de bonus over te gaan.

Bonusafspraken in IT overeenkomsten zien vaak op het behalen van bepaalde ‘service levels’ vastgelegd in een ‘service level agreement’. Er is dan dikwijls sprake van een zogenaamde bonus/malus constructie. Het is ook mogelijk dat partijen ten aanzien van de implementatie van software bonusafspraken maken. Dan wordt vaak overeengekomen dat een bonus wordt uitgekeerd als software op een bepaalde datum operationeel is. Zo ook in deze zaak die, na een uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam, werd voorgelegd aan het gerechtshof.

Wat speelde er?

X B.V. (hierna: “X”) zou voor de onderneming ARN Holding B.V. (hierna: “ARN”), onder andere, een softwarepakket implementeren en gereedmaken voor gebruik door ARN. ARN en X waren daarbij overeengekomen dat X een bonus krijgt uitgekeerd indien de software per 1 januari 2012 gereed zou zijn voor gebruik.

Op 7 december 2011 heeft de directie van ARN besloten om de software niet per 1 januari 2012 in gebruik te nemen omdat de inrichting van de software ten behoeve van ARN nog niet gereed was. X maakt desondanks aanspraak op uitbetaling van de bonus omdat X meent dat het niet gereed zijn van de software veroorzaakt was door het feit dat ARN onvoldoende medewerking verleende aan de implementatie.

Het oordeel

Het gerechtshof stelt vast dat ARN X heeft aangesteld om te bewerkstellingen dat de software per 1 januari 2012 in gebruik kan worden genomen. De bonus is bedoeld als prikkel om dat resultaat te bereiken. Daarom moet uit de bonusafspraak worden afgeleid dat de bonus pas zal worden uitgekeerd indien de software daadwerkelijk per 1 januari 2012 in gebruik zou kunnen worden genomen.

Dit resultaat is niet bereikt en volgens het gerechtshof draagt X daarvan het risico. De afhankelijkheid van X van de inzet van ARN doet daar niet aan af. Sterker nog, uit de overeenkomst is volgens het gerechtshof af te leiden dat X zich terdege bewust was van zijn afhankelijkheid van ARN. Omdat er desondanks geen afspraken zijn gemaakt waaruit volgt dat de bonus ook wordt uitgekeerd indien de software niet bedrijfsklaar zou zijn als gevolg van het ontbreken van medewerking door ARN, kan X geen aanspraak op de bonus maken.

Dit zou anders zijn indien er sprake zou zijn geweest van verwijtbaar handelen door ARN. Hiervan is, ondanks het feit dat ARN door X regelmatig is gewezen op het feit dat ARN meer tijd dient te besteden aan het testen en het inrichten van de software, volgens het gerechtshof geen sprake.

Lessen?

In overeenkomsten voor de implementatie van software is het, zeker wanneer leveringsvoorwaarden of branchevoorwaarden worden gehanteerd, gebruikelijk om op te nemen dat het behalen van het gewenste resultaat mede afhankelijk is van de inzet en medewerking van de opdrachtgever. Een dergelijke bepaling maakt dat de formulering van bonusconstructies, in ieder geval voor wat betreft de opdrachtnemer, extra aandacht behoeven.

Wederzijdse afhankelijkheden in de overeenkomst benoemen is (en blijft) aan te raden. Als in diezelfde overeenkomst ook bonusafspraken worden opgenomen, is het wel goed om stil te staan bij de (bewijs-)positie van de opdrachtnemer in dat verband. Het meer precies benoemen van de taken en verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en expliciet opnemen dat betaling van de bonus ook verschuldigd is wanneer de opdrachtgever het een en ander nalaat, lijkt een goede start.

Recente berichten

Plaats een reactie

Top