Erfgenamen hebben geen recht op de ontbindingsvergoeding

 in Arbeidsrecht

Recentelijk heeft het hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat de erfgenamen van een overleden werknemer geen aanspraak maakten op de met de werknemer overeengekomen ontbindingsvergoeding. Dit arrest wijkt af van eerdere rechtspraak.

Feiten

Werknemer en werkgever zijn medio 2009 overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2010 zou worden ontbonden, onder toekenning van een vergoeding van € 65.952,- bruto. De arbeidsovereenkomst diende te worden beëindigd middels een formele ontbindingsprocedure. Werkgever heeft de onderliggende afspraken vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, die vervolgens niet door werknemer is ondertekend. Vanwege de geldende opzegtermijn van zes maanden diende de ontbinding uiterlijk op 31 augustus 2009 te worden uitgesproken. Dit heeft ook plaatsgevonden, waarbij de kantonrechter de arbeidsovereenkomst als verzocht per 1 april 2010 heeft ontbonden onder toekenning van een vergoeding ten titel van suppletie op een eventuele uitkering, dan wel een elders te verdienen lager salaris. Op 30 december 2009 is werknemer overleden. Zijn erfgenamen hebben vervolgens aanspraak gemaakt op de ontbindingsvergoeding. Werkgever weigerde de vergoeding uit te betalen en stelde zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd op 30 december 2009 vanwege het overlijden van de werknemer, zodat niet meer tot ontbinding per 1 april 2010 en de daarbij behorende vergoeding kon worden toegekomen. Werkgever heeft de erfgenamen wel conform de geldende CAO drie bruto maandsalarissen uitbetaald, alsmede de openstaande vakantiedagen.

Beoordeling

De kantonrechter heeft – kort gezegd – bepaald dat werkgever gehouden was tot betaling van de vergoeding aan de erfgenamen, zoals toegewezen in de ontbindingsbeschikking van 31 augustus 2009. In hoger beroep heeft het hof deze beslissing vernietigd. Allereerst heeft het hof onderzocht wat partijen voor ogen stond bij de afspraken rondom de beëindiging van het dienstverband. Het hof heeft geconstateerd dat partijen uitvoering hebben gegeven aan de afspraken, nu partijen op basis daarvan de kantonrechter hebben verzocht de arbeidsovereenkomst per 1 april 2010 te ontbinden. Het hof heeft daarbij overwogen dat de uitbetaling van de toegewezen vergoeding onlosmakelijk was verbonden met de ontbinding. De vergoeding diende te worden betaald op het moment van eindigen van de arbeidsovereenkomst. Niet eerder. Tot 1 april 2010 duurde de arbeidsovereenkomst voort en deze is geëindigd met het onverwachte overlijden van werknemer. Het hof heeft hieruit geconcludeerd dat er “logischerwijze geen sprake meer (kan) zijn van ontbinding van de arbeidsovereenkomst” en er dus geen plaats meer was voor de toekenning van de ontbindingsvergoeding aan de erfgenamen. Het beroep van de erfgenamen op de redelijkheid en billijkheid en de verplichting van werkgever om zich als een goed werkgever te gedragen, heeft het hof – helaas zonder nadere toelichting – afgewezen. De erfgenamen kregen dus nul op het rekest.

Nieuwe richting?

De vraag is of het hof hiermee een nieuwe richting is ingeslagen. Zoals gezegd is in eerdere rechtspraak anders beslist. Daar werden de erfgenamen wel in het gelijk gesteld en liet het overlijden van de werknemer vóór de ontbindingsdatum van de arbeidsovereenkomst de verplichting tot betaling van de vergoeding onverlet.

Recent Posts
  • 20 juni 2017

    Einde oefening voor werknemer na liegen over klantbezoek en het uiten van dreigementen

    Marion Hagenaars
    Een ontslag op staande voet is vaak wikken en wegen. Zijn de gedragingen ernstig genoeg? Kunnen de gedragingen worden bewezen? Zijn er (privé) omstandigheden die de gedragingen rechtvaardigen? Gaat het niet te ver om de werknemer loon en uitkering te ontnemen? Maar soms maakt een werknemer het zo bont dat een ontslag op staande onvermijdelijk
    Lees verder
  • 13 juni 2017

    Zelfstandig werken onder eigen voorman, toch StiPP

    Marion Hagenaars
    Voor uitleners blijft het spannend. Nederland kent dan wel geen algemene pensioenverplichting, maar via het verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten kan deze verplichting toch bestaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Ongevraagd met terugwerkende kracht aangesloten worden, over jaren premies afdragen met soms faillissement tot gevolg, dubbele pensioenvoorzieningen met alle fiscale gevolgen van dien. Het is dan
    Lees verder
  • 8 juni 2017

    Thuiswerkdag recht of gunst?

    Marion Hagenaars
    De meeste werkgevers hebben er wel begrip voor: thuiswerken om efficiënter te kunnen werken, reistijd te beperken of werk en zorg beter te kunnen combineren. Maar soms slaat de twijfel toe. Worden de overeengekomen arbeidsuren wel gemaakt? En werkt thuiswerken disfunctioneren niet in de hand? En kan bij deze twijfel de thuiswerkdag zomaar weer worden
    Lees verder

Plaats een reactie