Hoge Raad oordeelt over de billijke vergoeding

 in Arbeidsrecht

Op 30 juni jl. heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over de billijke vergoeding. Bij de invoering van de billijke vergoeding door de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) heeft de wetgever weinig aanknopingspunten gegeven om de hoogte te bepalen. Hierover bestond dan ook veel onduidelijkheid. Deze uitspraak van de Hoge Raad brengt hier verandering in.

Transitievergoeding en billijke vergoeding

Sinds de invoering van de WWZ heeft een werknemer die ten minste 2 jaar in dienst is geweest recht op een transitievergoeding indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd of niet verlengd. Indien de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, heeft een werknemer recht op een billijke vergoeding. De transitievergoeding en billijke vergoeding staan los van elkaar.

Wat mag meewegen bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding?

De wetgever heeft weinig aanknopingspunten gegeven om de hoogte van de billijke vergoeding te bepalen. In de toelichting bij de WWZ heeft de wetgever aangegeven dat de gevolgen van het ontslag geacht worden te zijn verdisconteerd in de transitievergoeding. Tot deze uitspraak werd hieruit door diverse rechters de conclusie getrokken dat deze gevolgen daarom niet bij de billijke vergoeding meegenomen mochten worden.

Dit is naar het oordeel van de Hoge Raad onjuist. De gevolgen van het ontslag kunnen geen grond zijn om een billijke vergoeding toe te kennen. Daarvoor is ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever vereist. De gevolgen van het ontslag mogen echter wel worden meegenomen bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding.

Of en in hoeverre bij de vaststelling van de billijke vergoeding rekening gehouden mag worden met het loon dat de werknemer ontvangen zou hebben als de arbeidsovereenkomst niet geëindigd was, is volgens de Hoge Raad afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren onder andere:

  • de verdere duur van de arbeidsovereenkomst als deze niet geëindigd was;
  • of de werkgever de arbeidsovereenkomst rechtmatig had kunnen beëindigen en op welke termijn dat dan had gekund;
  • de mate waarin de werkgever een verwijt kan worden gemaakt van het verloop van het ontslag;
  • of de werknemer inmiddels ander werk gevonden heeft en welke inkomsten daaruit volgen;
  • de hoogte van de eventuele transitievergoeding die de werknemer ontvangen heeft.

Punitief karakter

In diverse uitspraken over de billijke vergoeding is het zogenaamde punitieve karakter een terugkerend aspect. De hoogte van de billijke vergoeding zou een bedrag moeten zijn dat zo een afschrikwekkend karakter heeft dat dergelijk handelen door de werkgever in de toekomst zou worden voorkomen. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft de wetgever geen specifiek punitief karakter aan de billijke vergoeding willen toekennen. Daarmee hoeft dan ook geen rekening gehouden te worden om de hoogte van de billijke vergoeding te bepalen.

Conclusie

Sinds de invoering van de billijke vergoeding bestond hierover veel discussie. Uit de jurisprudentie bleek geen duidelijke lijn op basis waarvan de hoogte van de vergoeding bepaald kon worden. Uit deze uitspraak volgt dat de gevolgen van het ontslag voor de werknemer mogen worden meegenomen bij het bepalen van de hoogte. Alle omstandigheden van het geval moeten daarbij worden meegewogen. Met het enige aspect dat tot op heden regelmatig terugkwam in de jurisprudentie – het punitieve karakter van de billijke vergoeding – hoeft naar het oordeel van de Hoge Raad geen rekening te worden gehouden.

Recente berichten
  • 2 november 2018

    Wat is eigenlijk allemaal een datalek?

    Bob Cordemeyer
    Wat is eigenlijk allemaal een datalek? Dat triggerde mij recent weer in het antwoord van de minister voor rechtsbescherming Sander Dekker, op 31 oktober 2018, op vragen van de Tweede Kamer. Hij antwoordde onder meer dat “Facebook alleen persoonsgegevens mag verwerken voor advertentiedoeleinden als de gebruiker daar helder en volledig over is geïnformeerd en daar
    Lees verder
  • 31 oktober 2018

    Journalistieke vrijheid versus bijzondere persoonsgegevens seksueel gedrag art 9 AVG

    Bob Cordemeyer
    Het televisieprogramma Undercover had aan de hand van de ervaringen van een betrokkene met een sekswerkster, waarbij een slachtoffer was opgelicht, een heimelijke opname gemaakt van de sekswerkster en een telefoongesprek van die betrokkene opgenomen met de sekswerkster. De sekswerkster zou te zien zijn in het programma, waarbij zij deels onherkenbaar was gemaakt.
    Lees verder
  • 31 oktober 2018

    Het is zover: de Autoriteit Persoonsgegevens dwingt UWV met sanctie gegevens beter te beveiligen

    Bob Cordemeyer
    Uit een persbericht van 30 oktober 2018 van de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) blijkt dat de AP het UWV een last onder dwangsom van 150.000 euro per maand met een maximum van 900.000 euro heeft opgelegd omdat het beveiligingsniveau van het werkgeversportaal niet voldoet.
    Lees verder

Plaats een reactie

Top