Hoge Raad oordeelt over de uitzendovereenkomst

 in Arbeidsrecht

Recent beantwoordde de Hoge Raad twee belangrijke vragen over de uitzendovereenkomst.

Allocatiefunctie

De eerste vraag die de Hoge Raad beantwoordt, is of het noodzakelijk is dat de werkgever een allocatiefunctie vervult voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Het hof Amsterdam oordeelt eerder dat dit vereiste niet in de wet staat en hier ook niet uit voortvloeit. De advocaat-generaal is echter van oordeel dat een vorm van allocatie wel noodzakelijk is. Het vervullen van de klassieke allocatiefunctie in geval van “piek en ziek” is geen vereiste. Een ruime allocatiefunctie moet volgens de advocaat-generaal worden aangenomen. Hierdoor zou iedere werkgever die zich bedrijfs- of beroepsmatig bezighoudt met de terbeschikkingstelling van werknemers aan opdrachtgevers een allocatiefunctie vervullen. Volgens de Hoge Raad doet dit onderscheid er niet toe en zij sluit zich aan bij het oordeel van het hof: een uitzendonderneming hoeft geen allocatiefunctie te vervullen.

Leiding en toezicht

Ook wat betreft de vraag wanneer een werknemer onder leiding en toezicht van een opdrachtgever werkt, sluit de Hoge Raad aan bij het eerdere oordeel van het hof Amsterdam. Een werknemer kan ook onder leiding en toezicht van een opdrachtgever werken zonder dat deze over de kennis beschikt om de werknemer inhoudelijk aan te sturen. Formeel gezag is voldoende.

Gevolgen

De definitie van de uitzendovereenkomst wordt hierdoor aanzienlijk verruimd, waardoor er sneller sprake is van een uitzendovereenkomst. Dit is onder andere van belang voor het versoepelde regime dat geldt bij uitzendovereenkomsten met betrekking tot ontslag, de ketenbepaling, de verlengde uitsluiting van de loonbetalingsverplichting en het van toepassing zijn van de uitzend-cao. Bovendien heeft het grote gevolgen voor de aansluiting bij het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten (StiPP). IT-bedrijven stellen veelvuldig werknemers ter beschikking aan opdrachtgevers. Indien zij ten minste 50 procent van het totale premieplichtig loon op jaarbasis werknemers ter beschikking stellen aan opdrachtgevers, betekent dit verplichte deelname in StiPP. Niet alleen de klassieke uitzendbureaus zijn hiertoe verplicht, maar alle werkgevers die aan dit criterium voldoen.

Recent Posts
  • 19 maart 2018

    Wie bepaalt noodzaak en inhoud verbetertraject: werkgever of medewerker?

    Marion Hagenaars
    Voor de HR-professional een bekend verschijnsel: disfunctioneren. Met de aantrekkende arbeidsmarkt waardoor het vinden van geschikte kandidaten een uitdaging is, is de disfunctionerende medewerker voor de HR-professional een belangrijk agendapunt. Dit geldt zeker binnen de IT-branche. Maar wie bepaalt of een verbetertraject noodzakelijk is? En waar moet een goed verbetertraject aan voldoen?
    Lees verder
  • 13 maart 2018

    De HR professional en privacy – Deel VII: persoonsgegevens delen met derden

    Marion Hagenaars
    Evelien van den Berg
    Personeelsgegevens die u als werkgever verkregen heeft, mag u niet zomaar doorgeven aan personen of instanties buiten uw organisatie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Belastingdienst, het UWV, het pensioenfonds of uw advocaat. Verstrekken van personeelsgegevens aan derden Als werkgever verwerkt u persoonsgegevens en daarop is de AVG van toepassing. U bent dan verwerkingsverantwoordelijke en dat
    Lees verder
  • 6 februari 2018

    Detacheerder pas je relatiebeding aan!

    Marion Hagenaars
    Welke detacheerder kent het belemmeringsverbod niet? Laat je een werknemer werken bij een opdrachtgever onder diens leiding en toezicht dan mag deze werknemer na afloop van de detachering in dienst treden bij of als zelfstandige werken voor deze opdrachtgever. Ook als een relatiebeding is gesloten. Gevolg: verlies van opdrachten. Geen goed vooruitzicht als detachering je
    Lees verder

Plaats een reactie