Hoge Raad oordeelt over de uitzendovereenkomst

 in Arbeidsrecht

Recent beantwoordde de Hoge Raad twee belangrijke vragen over de uitzendovereenkomst.

Allocatiefunctie

De eerste vraag die de Hoge Raad beantwoordt, is of het noodzakelijk is dat de werkgever een allocatiefunctie vervult voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Het hof Amsterdam oordeelt eerder dat dit vereiste niet in de wet staat en hier ook niet uit voortvloeit. De advocaat-generaal is echter van oordeel dat een vorm van allocatie wel noodzakelijk is. Het vervullen van de klassieke allocatiefunctie in geval van “piek en ziek” is geen vereiste. Een ruime allocatiefunctie moet volgens de advocaat-generaal worden aangenomen. Hierdoor zou iedere werkgever die zich bedrijfs- of beroepsmatig bezighoudt met de terbeschikkingstelling van werknemers aan opdrachtgevers een allocatiefunctie vervullen. Volgens de Hoge Raad doet dit onderscheid er niet toe en zij sluit zich aan bij het oordeel van het hof: een uitzendonderneming hoeft geen allocatiefunctie te vervullen.

Leiding en toezicht

Ook wat betreft de vraag wanneer een werknemer onder leiding en toezicht van een opdrachtgever werkt, sluit de Hoge Raad aan bij het eerdere oordeel van het hof Amsterdam. Een werknemer kan ook onder leiding en toezicht van een opdrachtgever werken zonder dat deze over de kennis beschikt om de werknemer inhoudelijk aan te sturen. Formeel gezag is voldoende.

Gevolgen

De definitie van de uitzendovereenkomst wordt hierdoor aanzienlijk verruimd, waardoor er sneller sprake is van een uitzendovereenkomst. Dit is onder andere van belang voor het versoepelde regime dat geldt bij uitzendovereenkomsten met betrekking tot ontslag, de ketenbepaling, de verlengde uitsluiting van de loonbetalingsverplichting en het van toepassing zijn van de uitzend-cao. Bovendien heeft het grote gevolgen voor de aansluiting bij het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten (StiPP). IT-bedrijven stellen veelvuldig werknemers ter beschikking aan opdrachtgevers. Indien zij ten minste 50 procent van het totale premieplichtig loon op jaarbasis werknemers ter beschikking stellen aan opdrachtgevers, betekent dit verplichte deelname in StiPP. Niet alleen de klassieke uitzendbureaus zijn hiertoe verplicht, maar alle werkgevers die aan dit criterium voldoen.

Recent Posts
  • 20 juni 2017

    Einde oefening voor werknemer na liegen over klantbezoek en het uiten van dreigementen

    Marion Hagenaars
    Een ontslag op staande voet is vaak wikken en wegen. Zijn de gedragingen ernstig genoeg? Kunnen de gedragingen worden bewezen? Zijn er (privé) omstandigheden die de gedragingen rechtvaardigen? Gaat het niet te ver om de werknemer loon en uitkering te ontnemen? Maar soms maakt een werknemer het zo bont dat een ontslag op staande onvermijdelijk
    Lees verder
  • 13 juni 2017

    Zelfstandig werken onder eigen voorman, toch StiPP

    Marion Hagenaars
    Voor uitleners blijft het spannend. Nederland kent dan wel geen algemene pensioenverplichting, maar via het verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor personeelsdiensten kan deze verplichting toch bestaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Ongevraagd met terugwerkende kracht aangesloten worden, over jaren premies afdragen met soms faillissement tot gevolg, dubbele pensioenvoorzieningen met alle fiscale gevolgen van dien. Het is dan
    Lees verder
  • 8 juni 2017

    Thuiswerkdag recht of gunst?

    Marion Hagenaars
    De meeste werkgevers hebben er wel begrip voor: thuiswerken om efficiënter te kunnen werken, reistijd te beperken of werk en zorg beter te kunnen combineren. Maar soms slaat de twijfel toe. Worden de overeengekomen arbeidsuren wel gemaakt? En werkt thuiswerken disfunctioneren niet in de hand? En kan bij deze twijfel de thuiswerkdag zomaar weer worden
    Lees verder

Plaats een reactie