Kopers, let op: uitsluiting titel 1 boek 7 BW laat artikel 7:23 lid 2 BW onverlet

 in Ondernemingsrecht

Inleiding

Op 7 januari 2015 heeft de rechtbank Overijssel zich in een tussenvonnis uitgelaten over een beroep op verjaring van een rechtsvordering ten aanzien van een garantie ex artikel 7:23 lid 2 BW. Het betrof een garantie in een koopovereenkomst betreffende de koop en levering van aandelen in het kapitaal van een B.V. In deze blog zet ik kort uiteen wat er in de betreffende zaak speelde en waarbij ik een nadere toelichting geef op voornoemd wetsartikel, uitsluitend beperkt tot business-to-business.

Feiten

Op 8 februari 2008 hebben Rooq B.V. en Slashme B.V. (gezamenlijk te noemen: de “Verkopers”) en Equinix Netherlands B.V. (de “Koper”) een koopovereenkomst gesloten betreffende de koop en levering van de aandelen in het kapitaal van Virtu Secure Webservices B.V. (de “Vennootschap”) door Verkopers aan Koper. Partijen hebben in de koopovereenkomst de toepasselijkheid van de afdelingen 1 – 7 van titel 1 boek 7 BW uitgesloten. In deze koopovereenkomst hebben de Verkopers verschillende garanties gegeven aan de Koper, waaronder een ‘Gegarandeerd Business Plan’. Met deze garantie gaven de Verkopers, kort gezegd, aan dat het door hen opgestelde business plan betreffende de Vennootschap correct was en dat de Vennootschap een bepaalde omzet zou gaan halen na datum koopovereenkomst. Koper stelt dat deze garantie is geschonden, waardoor hij schade zou hebben geleden. Overige onderwerpen in het geding laat ik in deze blog buiten beschouwing.

Op 3 april 2008, bijna twee maanden na het sluiten van de koopovereenkomst, heeft de Koper, middels een ingebrekestelling, een viertal verwijten aan het adres van Verkopers gericht, waaronder schending van het ‘Gegarandeerd Business Plan’. Het Business Plan van Verkopers zou niet realistisch zijn geweest. De Verkopers zijn door Koper bij brief op 8 juli 2010, twee jaar en drie maanden later, aansprakelijk gesteld.

Verkopers hebben zich vervolgens op het standpunt gesteld dat, ondanks de uitsluiting van titel 1 boek 7 BW in de koopovereenkomst, de verjaringstermijn ex. artikel 7:23 lid 2 BW, dat onderdeel vormt van titel 1 boek 7 BW, van toepassing is op de betreffende rechtsvorderingen. Verkopers hebben zich daarbij beroepen op artikel 3:322 lid 3 BW waaruit zou volgen dat de verjaringstermijn van artikel 7:23 lid 2 BW niet contractueel te verlengen is. Deze wettelijke verjaringstermijn heeft een duur van twee jaar, waardoor de verjaringstermijn dientengevolge zou zijn verlopen. Als gevolg van de verjaringstermijn, kan Koper zich niet meer op die betreffende garanties beroepen.

De rechtbank heeft de Verkopers op dit punt in het gelijk gesteld. Als gevolg daarvan zijn de door de Koper ingestelde vorderingen, zoals eveneens opgenomen in de ingebrekestelling d.d. 3 april 2008, afgewezen.

Uitsluiting boek 7

In veel koopovereenkomsten betreffende de koop en levering van aandelen, worden door partijen de afdelingen 1 – 7 van titel 1 boek 7 BW uitgesloten. Hiermee beogen partijen onder meer de non-conformiteitsbepalingen van artikel 7:17 e.v. BW, uit te sluiten. Omdat uit artikel 7:6 lid 1 BW volgt dat de afdelingen 1 – 7 van titel 1 boek 7 BW ten aanzien van business-to-business van regelend recht zijn, zijn veel partijen in de markt bij uitsluiting daarvan in de veronderstelling dat daar niet meer naar hoeft te worden gekeken. Bovengenoemd vonnis illustreert dat het uitsluiten van titel 1 boek 7 BW niet zonder meer met zich meebrengt dat alle artikelen in deze kooptitel (volledig) zijn uitgesloten.

Artikel 7:23 BW betreft een artikel over de klachttermijn (lid 1) en de verjaringstermijn (lid 2). De rechtbank stelt zich op het standpunt dat de verjaringstermijn in artikel 7:23 lid 2 BW van toepassing is, ondanks dat titel 1 boek 7 BW is uitgesloten. Hoe zit dat precies?

De rechtbank overweegt in r.o. 35 het volgende: “omdat hier sprake is van een 100% aandelenpakket in Virtu, is hier de facto sprake van verkoop van de gehele onderneming en zijn klachten van Equinix […] als klachten omtrent non-conformiteit te kwalificeren.” Hoewel dat niet duidelijk wordt, lijkt de rechtbank artikel 7:23 lid 2 BW van toepassing te achten omdat het klachten omtrent non-conformiteit betreft waarbij de rechtbank in het midden laat of dat non-conformiteit in de zin van boek 7 is of de koopovereenkomst. Dat is vanwege de uitdrukkelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van titel 1 boek 7 BW op zijn minst opmerkelijk te noemen.

De verjaringstermijn

De verjaringstermijn van artikel 7:23 lid 2 BW houdt in dat rechtsvorderingen en verweren, gegrond op feiten die de stelling zouden rechtvaardigen dat het geleverde niet aan de overeenkomst beantwoord, verjaren door verloop van twee jaren na kennisgeving zoals in de klachttermijn van artikel 7:23 lid 1 BW bedoeld.

De link tussen non-conformiteit van de klachten, in de zin van titel 1 boek 7 BW, en toepasselijkheid van 7:23 lid 2 BW, zouden mijns inziens niet de reden van de toepasselijkheid van artikel 7:23 lid 2 BW kunnen zijn. Immers is titel 1 boek 7 uitgesloten en kan non-conformiteit enkel toezien op de in de overeenkomst opgenomen bepalingen. Titel 1 boek 7 blijft uitgesloten.

Toch is de toepasselijkheid van artikel 7:23 lid 2 BW op de koopovereenkomst juist. Dit heeft de volgende reden. In titel 11 boek 3 BW zien verschillende artikelen toe op (verjaring van) termijnen. Een daarvan is artikel 3:322 BW. Door de werking van artikel 3:322 lid 3 BW kan een verjaringstermijn worden gekort, maar niet worden verlengd. Verlenging zou een afstand bij voorbaat inhouden hetgeen in strijd zou zijn met artikel 3:322 lid 3 BW. Dit wetsartikel is dwingendrechtelijk, waardoor contractueel niet daarvan kan worden afgeweken. Deze dwingendrechtelijke bepaling is eveneens van toepassing op artikel 7:23 lid 2 BW. Als gevolg van deze dwingendrechtelijke bepaling dient binnen twee jaar na kennisgeving van een klacht van een garantie in een koopovereenkomst een vordering betreffende die klacht ingesteld te worden.

In de praktijk is het toch mogelijk deze verjaringstermijn te verlengen, middels stuiting (op de in artikel 3:317 BW beschreven wijze). Stuiting is, kort gezegd, een schriftelijke mededeling van de schuldeiser aan de schuldenaar waarin hij ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Dit breekt een lopende verjaring af, waardoor een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen.

Conclusie

In veel koopovereenkomsten betreffende de koop en levering van aandelen, wordt titel 1 van boek 7 BW uitgesloten in de veronderstelling dat niet meer naar die bepaling gekeken hoeft te worden. Dit vonnis leert ons dat de verjaringstermijn die in de koopovereenkomst is opgenomen echter niet tot gevolg heeft dat de verjaringstermijn van twee jaar in artikel 7:23 lid 2 BW wordt uitgesloten of verlengd tot de verjaringstermijn die in de koopovereenkomst is opgenomen.

Recent Posts
  • 13 december 2017

    e-Privacy Verordening: wat verandert er?

    Bob Cordemeyer
    10 januari 2017 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een herziening van de bestaande e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG). Met de invoering van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (Verordening (EU) 2016/679), die 25 mei 2018 in werking treedt, wordt hiermee een belangrijke stap gezet voor de hervorming en uniformiteit van de regelgeving voor gegevensbescherming. Het streven van
    Lees verder
  • 14 december 2017

    Wijzigingen 2018 & het regeerakkoord voor HR

    Marion Hagenaars
    Nieuwe uitdagingen voor HR in 2018. Ook in 2018 krijgt HR weer te maken met nieuwe wet-en regelgeving. Via deze blog informeren we je over de belangrijkste wijzigingen. 2018 De volgende wijzigingen voor 2018 zijn voor HR van belang: Transitievergoeding De transitievergoeding bedraagt in 2018 maximaal € 79.000,- bruto of – indien hoger – een
    Lees verder
  • 29 november 2017

    Ondernemingsraden let op met privacy!

    Marion Hagenaars
    Ondernemingsraden vervullen een belangrijke rol met betrekking tot privacy. Elk besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een regeling omtrent het verwerken en/of beschermen van persoonsgegevens is namelijk instemmingsplichtig. Dit betekent dat de ondernemer om een dergelijk besluit te kunnen nemen óf instemming nodig heeft van de ondernemingsraad óf vervangende instemming van de kantonrechter.
    Lees verder

Plaats een reactie