Nog toekomst voor het deskundigenoordeel?

 in Arbeidsrecht

Het UWV is van plan om per 1 januari 2013 de kosten van het deskundigenoordeel fors te verhogen. Op dit moment bedragen de kosten voor werknemers en werkgevers € 50,-. Het voornemen is om de kosten voor werknemers te stellen op € 175,- en voor werkgevers op € 350,-.

Op grond van artikel 32 Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (Wet SUWI) voert het UWV het deskundigenoordeel uit. Het UWV kan in dit kader een oordeel geven over vier verschillende situaties: (i) kan de werknemer zijn eigen werk doen, (ii) heeft de werknemer genoeg gedaan voor zijn re-integratie, (iii) heeft de werkgever genoeg gedaan voor de re-integratie van zijn werknemer en (iv) is het werk binnen of buiten het bedrijf dat de werknemer wil of moet doen passend.

Per jaar worden ongeveer 16.400 deskundigenoordelen aangevraagd, waarvan 6.900 door werknemers. Uit onderzoek van Stichting De Ombudsman uit 2011 blijkt dat de vraag of de werknemer zijn eigen werk kan doen (“ziek of niet ziek”) het meest wordt gesteld. Van alle aanvragen wordt 70% gedaan door werknemers en met betrekking tot het oordeel “ziek of niet ziek” wordt in ruim 50% van de gevallen de werknemer in het gelijk gesteld. Stichting De Ombudsman komt dan ook tot de conclusie dat het deskundigenoordeel vanuit het oogpunt van de bescherming van de werknemer nuttig is.

Voor zover het deskundigenoordeel een oordeel geeft over de re-integratie wordt het deskundigenoordeel overigens niet nuttig bevonden. Partijen hebben bij een stokkende re-integratie behoefte aan hulp en bemiddeling. Een oordeel achteraf door het UWV zonder toekomstgerichte advisering voorziet hierin niet.

Het deskundigenoordeel voorziet dus in een belangrijke behoefte. De vraag is echter of werkgevers en werknemers nog wel van deze mogelijkheid gebruik zullen maken bij een dergelijke forse kostenstijging. Zal een werknemer voor het zeer aanzienlijke bedrag van € 175,- en een werkgever voor € 350,- het oordeel van de bedrijfsarts nog ter discussie kunnen en willen stellen? De verwachting is gerechtvaardigd dat in ieder geval werknemers hier vaak vanaf zullen zien. Een ontwikkeling die ten koste gaat van de rechtsbescherming.

 

 

 

Recent Posts
  • 13 december 2017

    e-Privacy Verordening: wat verandert er?

    Bob Cordemeyer
    10 januari 2017 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een herziening van de bestaande e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG). Met de invoering van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (Verordening (EU) 2016/679), die 25 mei 2018 in werking treedt, wordt hiermee een belangrijke stap gezet voor de hervorming en uniformiteit van de regelgeving voor gegevensbescherming. Het streven van
    Lees verder
  • 14 december 2017

    Wijzigingen 2018 & het regeerakkoord voor HR

    Marion Hagenaars
    Nieuwe uitdagingen voor HR in 2018. Ook in 2018 krijgt HR weer te maken met nieuwe wet-en regelgeving. Via deze blog informeren we je over de belangrijkste wijzigingen. 2018 De volgende wijzigingen voor 2018 zijn voor HR van belang: Transitievergoeding De transitievergoeding bedraagt in 2018 maximaal € 79.000,- bruto of – indien hoger – een
    Lees verder
  • 29 november 2017

    Ondernemingsraden let op met privacy!

    Marion Hagenaars
    Ondernemingsraden vervullen een belangrijke rol met betrekking tot privacy. Elk besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een regeling omtrent het verwerken en/of beschermen van persoonsgegevens is namelijk instemmingsplichtig. Dit betekent dat de ondernemer om een dergelijk besluit te kunnen nemen óf instemming nodig heeft van de ondernemingsraad óf vervangende instemming van de kantonrechter.
    Lees verder

Plaats een reactie