Ook wettelijk minimumloon voor opdrachtnemers

 in Arbeidsrecht

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft afgelopen week aan de Tweede Kamer een wetsvoorstel gezonden waarin wordt gepleit voor het verruimen van het bereik van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (“Wml”).

Personen die op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden verrichten dienen volgens de minister meer te worden beschermd. Deze wetswijziging zou een goede stap in die richting zijn. Het wetsvoorstel komt voort uit de discussie over het gebruik van de opdrachtovereenkomst in de postmarkt, maar geldt voor alle sectoren. De IT-sector is bij uitstek een branche waarin met overeenkomsten van opdracht wordt gewerkt. Nu is het wettelijk minimumloon alleen van toepassing op de opdrachtovereenkomst indien het werk door één en dezelfde persoon wordt verricht. Dit criterium blijkt echter in de praktijk gemakkelijk te kunnen worden omzeild, waardoor opdrachtgevers een lager loon mogen betalen. De vraag of de arbeid persoonlijk moet worden verricht is op grond van het wetsvoorstel niet langer een onderscheidend criterium. Er gelden daarnaast nog andere aanvullende criteria op grond waarvan een opdrachtgever verplicht is het wettelijk minimumloon te betalen. Het wettelijk minimumloon dient nu bijvoorbeeld pas aan de betreffende opdrachtnemer te worden betaald indien hij of zij maximaal twee opdrachtgevers heeft en de duur van de opdracht minimaal drie maanden behelst. Deze criteria zijn ook in het wetsvoorstel geschrapt.

Het wetsvoorstel ziet nadrukkelijk niet op zelfstandige opdrachtnemers (ZZP-ers). Zij hebben volgens de minister een andere positie op de arbeidsmarkt en worden als ondernemer beschouwd. Van ZZP-ers wordt verwacht dat zij zelf invloed kunnen uitoefenen op de hoogte van hun tarieven en daarmee een minder kwetsbare positie innemen. Indien een opdrachtnemer over een VAR beschikt, en derhalve de overeenkomst aangaat in de zelfstandige uitoefening van zijn of haar beroep of bedrijf, hoeft er in beginsel dus geen wettelijk minimumloon te worden betaald. Hiermee wordt feitelijk bereikt dat de werkingssfeer van de Wml wordt begrensd door één enkel criterium, namelijk of de overeenkomst van opdracht is aangegaan in de uitoefening van beroep of bedrijf. Zo niet, dan is de opdrachtgever gehouden (ten minste) het wettelijk minimumloon en minimumvakantiebijslag te betalen.

De Inspectie SZW is belast met het toezicht op de naleving van de Wml en kan een bestuurlijke boete opleggen indien een werkgever (of opdrachtgever) de Wml niet naleeft. Daarnaast kan de werkgever op straffe van een dwangsom tot nabetaling van het achterstallige loon worden verplicht. De werknemer kan ook zelf een civielrechtelijke procedure starten om achterstallig loon of achterstallige vakantiebijslag te vorderen. Indien het wetsvoorstel van minister Asscher wordt aangenomen zal de wet in beginsel zes maanden nadien van kracht worden. Wij houden u hiervan op de hoogte.

Recent Posts
  • 13 december 2017

    e-Privacy Verordening: wat verandert er?

    Bob Cordemeyer
    10 januari 2017 publiceerde de Europese Commissie het voorstel voor een herziening van de bestaande e-Privacyrichtlijn (Richtlijn 2002/58/EG). Met de invoering van de Algemene Verordening Persoonsgegevens (Verordening (EU) 2016/679), die 25 mei 2018 in werking treedt, wordt hiermee een belangrijke stap gezet voor de hervorming en uniformiteit van de regelgeving voor gegevensbescherming. Het streven van
    Lees verder
  • 14 december 2017

    Wijzigingen 2018 & het regeerakkoord voor HR

    Marion Hagenaars
    Nieuwe uitdagingen voor HR in 2018. Ook in 2018 krijgt HR weer te maken met nieuwe wet-en regelgeving. Via deze blog informeren we je over de belangrijkste wijzigingen. 2018 De volgende wijzigingen voor 2018 zijn voor HR van belang: Transitievergoeding De transitievergoeding bedraagt in 2018 maximaal € 79.000,- bruto of – indien hoger – een
    Lees verder
  • 29 november 2017

    Ondernemingsraden let op met privacy!

    Marion Hagenaars
    Ondernemingsraden vervullen een belangrijke rol met betrekking tot privacy. Elk besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een regeling omtrent het verwerken en/of beschermen van persoonsgegevens is namelijk instemmingsplichtig. Dit betekent dat de ondernemer om een dergelijk besluit te kunnen nemen óf instemming nodig heeft van de ondernemingsraad óf vervangende instemming van de kantonrechter.
    Lees verder

Plaats een reactie