Uitgeleende werknemer, een vrije vogel?

 in Arbeidsrecht

U heeft met uw werknemers een relatiebeding gesloten. En met uw opdrachtgevers een verbod op indiensttreding. Met boetes op overtreding. U vreest een overstap van uw werknemers naar een opdrachtgever dus niet. En mocht het onverhoopt toch gebeuren, dan bent u in ieder geval zeker van een financiële compensatie. Of toch niet?!

Uitlening

Werknemers die worden uitgeleend aan een opdrachtgever. Het is aan de orde van de dag. Niet zelden verrichten werknemers langdurig op kantoor van een opdrachtgever werkzaamheden. Ze maken onderdeel uit van het team van de opdrachtgever en de banden met de opdrachtgever zijn vaak sterker dan die met de eigen werkgever en collega’s. En dan komt het einde van de opdracht in zicht. Opdrachtgever en uw werknemer willen hun arbeidsrelatie graag voortzetten. Maar niet langer met u ertussen als uitlener. Met dit scenario heeft u rekening gehouden. U wordt beschermd door de arbeidsovereenkomst en algemene voorwaarden, denkt u. Helaas pakt het vaak anders uit.

Belemmeringsverbod

Dit komt door het belemmeringsverbod. Dit verbod bepaalt dat het u is verboden om werknemers na afloop van de opdracht te belemmeren om in dienst te treden bij de opdrachtgever. Gaan werken als ZZP’er voor deze opdrachtgever is ook een mogelijkheid. De werknemer moet dan wel hebben gewerkt onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Hiervan is echter al vrij snel sprake.

Bedingen in strijd met het belemmeringsverbod zijn nietig. Zoals recent uit een uitspraak van een rechter uit Rotterdam volgde, geldt dit ook voor bedingen in de algemene voorwaarden. Kwalificeert een bepaling uit de algemene voorwaarden als belemmeringsverbod, dan is deze bepaling nietig en is de contractueel overeengekomen boete niet verschuldigd.

Gevolg: het relatiebeding is nietig, de bepaling in de algemene voorwaarden met boete is nietig, de werknemer is vrij om over te stappen naar de opdrachtgever. Weg (nieuwe) opdracht, weg werknemer. De werknemer is inderdaad een vrije vogel. En de opdrachtgever ook.

De rechter heeft in deze uitspraak nog een keer bevestigd dat het héle beding nietig is. Het hele beding komt dus te vervallen. De werkgever kan zich niet meer op het beding beroepen. Ook niet als opdrachtgever en werknemer bijvoorbeeld al tijdens de opdracht rechtstreeks met elkaar in zee willen gaan.

Conclusie

Het belemmeringsverbod kan voor uw bedrijfsvoering een reëel risico vormen. Bedenk steeds of het niet mogelijk is om de werkzaamheden voor de opdrachtgever (enkel) onder uw leiding en toezicht te laten verrichten. Is dit onvermijdelijk, spreek dan in ieder geval met de opdrachtgever af dat een redelijke vergoeding is verschuldigd voor de verleende diensten in verband met de terbeschikkingstelling, werving of opleiding van de werknemer. En maak bij de formulering van het verbod in ieder geval altijd onderscheid tussen de periode gedurende de terbeschikkingstelling en de periode daarna. Ander loopt u het risico dat het héle verbod nietig is.

Recente berichten

Plaats een reactie

Top